Hoewel de Commissie tegen de beide lidstaten nog geen juridische stappen onderneemt om de wetten op dit gebied te wijzigen, heeft ze Nederland en Griekenland daartoe wel formeel verzocht . In respectievelijk 2006 en 2007 kregen Nederland en Griekenland het verzoek van de Commissie om antwoord te geven op de vraag of de restricties op het gebied van kansspelen verenigbaar zijn met artikel 49 van het EG-Verdrag, dat het vrije verkeer van diensten garandeert.

Wel degelijk in strijd

Beide lidstaten hebben op dit verzoek gereageerd, maar zijn niet met antwoorden gekomen die de Europese Commissie hebben kunnen overtuigen. Volgens de Commissie zijn de restricties wel degelijk in strijd met de huidige wetgeving van de Europese Unie en kan niet worden aangetoond dat de maatregelen van beide lidstaten om kansspeldiensten te reguleren, noodzakelijk en niet-discriminerend zijn.

Hoewel de formele verzoeken nog niet juridisch bindend zijn, maar worden gezien als 'met redenen omklede adviezen', kan de Europese Commissie wel naar het Europees Hof van Justitie stappen wanneer de twee lidstaten binnen twee maanden geen gehoor geven aan het verzoek.

Geklaagd

De Commissie stelde het onderzoek in omdat een aantal aanbieders van kansspelen hadden geklaagd over de huidige wetgeving binnen Nederland en Griekenland. Zo is het in Griekenland niet toegestaan om sportweddenschappen en andere kansspelen aan te bieden wanneer aan een dergelijke aanbieder in een andere lidstaat op wettelijk voorgeschreven wijze vergunning is verleend. Het onderzoek in Nederland richtte zich voornamelijk op het aanbieden van en het bevorderen van deelneming aan sportprijsvragen.

Bescherming consument centraal

In het verleden heeft het Europees Hof van Justitie bepaald dat 'restricties ter bescherming van het algemeen belang, zoals consumentenbelangen, alleen op samenhangende en stelselmatige' wijze mogen worden toegepast. Dit houdt in dat een lidstaat niet mag beweren dat het tracht de burgers te beschermen tegen een gokverslaving, terwijl zij met eigen staatsloterijen en kansspelen zelf bijdragen aan zo'n mogelijke verslaving.

De beperkingen in Nederland en Griekenland zorgen ervoor dat, in combinatie met het uitblijven van concrete maatregelen ter bestrijding van gokverslaving, er geen sprake kan zijn van een beleid dat echt bedoeld is om de consument te beschermen.