De Europese Commissie (EC) heeft Nederland een zogenaamde ingebrekestelling gestuurd en zal de regering mogelijk voor het Europees Hof slepen als het de wettelijke verplichting tot wederverkoop van het tv-pakket voor Ziggo en UPC niet terugdraait.

Wederverkoop in strijd met EU-regels

Volgens Brussel is deze regulering, die werd vastgelegd in de Telecom- en Mediawet door twee amendementen van PvdA-Kamerlid Martijn van Dam, in strijd met de Europese regels omdat het de onafhankelijkheid van de toezichthouders ondermijnt.

“Het zou aan de onafhankelijke toezichthouder moeten worden overgelaten om te beslissen of dergelijke maatregelen moeten worden opgelegd, eerder dan aan de Nederlandse regering. Daarom verstuurt de Commissie een met redenen omkleed advies (de tweede stap in de EU-inbreukprocedure). Nederland heeft twee maanden de tijd om te antwoorden. Ontvangt de Commissie geen bevredigend antwoord, dan kan zij Nederland voor het Hof van Justitie van de EU dagen”, dreigt de EC in een verklaring.

Brussel steunt kabelaars

Eurocommissaris Neelie Kroes heeft zich al meermaals kritisch getoond over de gedwongen openbreken van de tv-kabelmarkt. Een kwalijke zaak, vindt parlementariër Van Dam. “Jarenlang voert Nederland al strijd met de Europese Commissie om te zorgen dat Nederlandse consumenten kunnen kiezen welke aanbieder van kabeltelevisie ze willen. De Europese Commissie heeft bij herhaling dwars gelegen en kiest steeds weer de kant van de kabelbedrijven en niet de kant van Nederlandse consumenten. En dat terwijl de Europese regels op het gebied van telecommunicatie de concurrentie zouden moeten bevorderen”, aldus Van Dam in een reactie aan Webwereld.

De wettelijk verplichte wederverkoop is zeer omstreden, maar de Minister van Economische Zaken (EZ) heeft zich publiekelijk gecommitteerd aan de constructie en beloofd deze “met verve te verdedigen”. Van Dam: “Ik ga er dan ook vanuit dat de regering op korte termijn een reactie richting Brussel zal sturen die niet mis te verstaan is: de Nederlandse consument heeft er recht op te kunnen kiezen en moet niet door Brussel gedwongen worden klant te zijn bij een monopolist.”

EU versus Nederland

Het standpunt van de regering is inderdaad niet veranderd en de minister van EZ zal de Europese Commissie binnenkort van repliek dienen, bevestigt een woordvoerster van het departement tegenover Webwereld. Nederland stelt namelijk dat de kern van de wederverkoop ligt bij de omroepen en omroepnetwerken. Met andere woorden, de inhoud van het totale televisiepakket en het elektronische transport daarvan. En over regulering van de inhoud van het tv-pakket heeft Brussel van oudsher niets te zeggen.

Sterker nog, OPTA (opgegaan in de ACM) houdt zich momenteel geheel afzijdig van de kabeltv-markt. De toezichthouder kan namelijk alleen tot wederverkoop dwingen als er sprake is van aanmerkelijke marktmacht. OPTA concludeerde echter dat regulering van de televisiemarkt niet nodig is “omdat de markt steeds concurrerender wordt”. Tele2, KPN, T-Mobile en YouCa sleepten OPTA vervolgens voor de rechter, maar verloren. De bestaande wederverkoopverplichting, die sinds begin dit jaar geldt, wordt dan ook alleen door het Commissariaat van de Media gecontroleerd.

Vertrouwen in uitkomst rechtszaak

Omdat de regering bij haar standpunt blijft zal het dus waarschijnlijk uitdraaien op een rechtszaak bij het EU-hof. Dat kan Nederland “met vertrouwen” tegemoet zien, meent Kamerlid Van Dam. “Wel is het zeer teleurstellend dat de concurrentie op de kabel mogelijk weer een tegenslag te verduren krijgt door dit oordeel van de Commissie. Die zou zoals gezegd concurrentie moeten bevorderen, niet belemmeren.”