Dat blijkt uit een niet-publieke conceptversie van het “European Interoperability Framework for European Public Services” (EIF) waarover Webwereld beschikt. Vorig jaar werd een voorstel voor een tekst gedaan, maar gedurende de zomer is dit behoorlijk aangepast. Dat laatste voorstel is naar alle lidstaten gestuurd.

Harde definitie

In 2004 kwam versie 1.0 van de EIF uit en was het gebruik van open standaarden een harde eis. Daarbij waren de drie voorwaarden hard: een standaard moest door een onafhankelijk orgaan worden beheerd, als er patenten op de standaard rusten moet daarvoor een blijvende, kosteloze licentie worden gegeven en de beschrijving moest niet alleen zijn gepubliceerd, maar ook nog eens betaalbaar toegankelijk zijn.

Vorig jaar werd er nog een publieke consultatie gedaan op basis van een voorstelversie, waarbij open standaarden werden gepositioneerd als een middel om een eerlijkere concurrentie mogelijk te maken en het speelveld gelijk te krijgen. De opstellers gaan zelfs zover dat ze vinden dat praktijken die het opstellen van standaarden of specificaties verstoren moeten worden aangepakt.

'Open specificiatie' afdoende

Maar in de meest recente draft komt het hele woord open standaard helemaal niet meer voor. Opeens wordt er alleen nog maar geschreven over een specificatie, waarbij er andere spelregels gelden: Er moet een openbare review zijn en belanghebbenden moeten hun mening kunnen geven, de documentatie moet vrij beschikbaar zijn en het mogelijk zijn om de specificatie in programmatuur te implementeren.

Maar zelfs die eisen zijn niet hard. Voor wie dat allemaal teveel gevraagd is, bestaat er ook nog een ontsnappingsmogelijkheid. “Echter kunnen publieke organen ook beslissen om gebruik te maken van minder open specificaties”, stellen de documentschrijvers. “Dit geldt zeker in gevallen waar de open specificatie niet tegemoet komt aan de functionele eisen van interoperabiliteit of de beschikbare niet volwassen genoeg zijn en/of voldoende ondersteund worden door de markt of wanneer alle samenwerkende organisaties al gebruik maken of het eens zijn om dezelfde technologie te gebruiken.”

Patenten en .doc

Daarmee is het duidelijk dat er niet meer hoeft te worden gekozen voor een open standaard, maar het ook mogelijk is te werken met de facto-standaarden. De gedachte dat er een gelijk speelveld voor leveranciers binnen Europa moet zijn, is niet meer in het document te ontdekken. Dat laatste blijkt ook uit het feit dat er geen verplichting is een gratis, blijvende licentie op gepatenteerde technologie te geven. Hierdoor is het dus voor dominante leveranciers mogelijk om hun kennismonopolie inzake een standaard te behouden en te gelde te maken.

Met deze opmerkelijke wending lijkt ook te zijn dat gekozen voor een definitie, die het mogelijk maakt de facto, maar gesloten standaarden in te zetten. Randvoorwaarde hierbij is wel dat overheden de technologie moeten omhelzen. Voor de toekomst lijkt nu ook de verplichting te vervallen om voor een open standaard te gaan.

Bom onder actieplan

Het schrappen van open standaarden in het Europese plan legt een bom onder het actieplan “Nederland Open in Verbinding” dat juist wel dwingend het gebruik van open standaarden oplegt. Voor de legitimatie is in het verleden gekeken naar de Europese definitie, waarbij voor staatssecretaris Heemskerk van Economische Zaken juist het doorbreken van de afhankelijkheid van enkele leveranciers voorop stond.

“Dit lijkt inderdaad een stap terug en dat baart zorgen”, erkent Edwin van Scherrenburg, woordvoerder van Heemskerk. Hij stelt dat er nog wordt gewerkt aan de Nederlandse reactie en daarom wil het ministerie op dit moment niets melden.

Niet veranderd

Volgens Serge Novaretti, verantwoordelijk voor de European Interoperability Strategy, is er niet veel aan de hand. Hij wijst erop dat dit slechts een conceptversie betreft en dat er nog gediscussieerd wordt. “De boodschap is nog steeds hetzelfde”, vertelt hij in een eerste reactie. “Het is de manier waarop je het formuleert.”

In reactie op concrete vragen stelt Karel De Vriendt, hoofd van het bureau voor European eGovernment Services (IDABC) van het directoraat-generaal voor 'Informatics' van de Europese Commissie niet te kunnen reageren. Hij benadrukt dat de EU-lidstaten nog mogen reageren. “Zodra het document af is, kan de Commissie natuurlijk wel reageren.”

Hans Bos van Microsoft, die met de conceptversie van het EIF bekend is, wil na wikken en wegen uiteindelijk niet reageren op vragen van Webwereld. Ook hij komt pas met antwoorden op het moment dat er een definitieve status is.

Verbaasd

Stichting Holland Open, die eerder zeer enthousiast was over een vroegere versie, reageert nu verbaasd. “Ik constateer dat de huidige versie er beduidend anders uitziet. Ik vraag me af wat de consequenties zijn", stelt voorzitter Jo Lahaye in een reactie tegenover Webwereld. "Ik zal nu contact opnemen met bevriende organisaties om met een gezamenlijk standpunt te komen."