Dit blijkt uit een onderzoek van het ministerie van Economische Zaken dat door minister Jorritsma aan de Tweede Kamer is aangeboden. Het rapport is getiteld 'MEET. Bedrijfsgerichte technologiestimulering: wat levert het op?'. Het beeld dat uit de cijfers over het gebruik van de beleidsgelden naar voren komt is dat vooral MKB-bedrijven gebruikmaken van de EZ-technologiegelden. De gelden van EZ komen daarmee terecht waar de 'duw in de rug' het grootste effect heeft, zo stelt het ministerie. De investeringen vertalen zich in een stijging van de arbeidsproductiviteit, een punt waarop Nederland het volgens EZ niet goed doet. Verder blijkt volgens het rapport dat investeringen in R&D zich op termijn terug verdienen door hogere belastingopbrengsten. Het ministerie van Economische Zaken geeft per jaar ruim 1 miljard gulden uit aan bedrijfsgerichte stimulering. Het gaat daarbij om fiscale regelingen (655 miljoen), kredieten (118 miljoen), kennisoverdracht (23 miljoen) en samenwerkingsinstrumenten (222 miljoen). Onderzocht is of het beleid van EZ bedrijven prikkelt tot innovatie. Dat is zo, zegt EZ. Naast een toename van R&D treedt bijvoorbeeld ook meer R&D-werkgelegenheid op, meer 'spin-off', productverbeteringen en daarmee ondernemingsgroei. Ook uit Europees onderzoek blijkt dat R&D-stimulering van de overheid een positief effect heeft, aldus EZ. Het stimuleringsniveau moet voldoende substantieel zijn, maar ook weer niet te omvangrijk worden. "Het punt waarop de overheidsstimulering te omvangrijk wordt is in Nederland in ieder geval nog lang niet bereikt", zo wordt in het rapport geconcludeerd. "Intensivering van het technologiebeleid kan dus een belangrijke pijler voor de toekomstige welvaartsontwikkeling zijn."