In de ogen van Microsoft slaat het verbond tussen Netscape, AOL en Sun de basis weg onder de rechtszaak in Washington, die vandaag zijn dertiende week in gaat. Het akkoord toont volgens de advocaten van Microsoft aan dat er wel degelijk concurrentie bestaat en dat de machtsverhoudingen binnen de Internet-industrie drastisch zijn gewijzigd.

Het ministerie van justitie heeft bij de drie nieuwbakken partners om details gevraagd over hun samenwerking. Het gaat om een routine-procedure, die moet uitwijzen of de bedrijven met hun pact niet de monopolie-wetgeving overtreden.

America Online liet in november weten dat het bereid was om Netscape voor 4,2 miljard dollar over te nemen door middel van een aandelenwissel. De koers van de AOL-aandelen is sindsdien fors gestegen, zodat de overname inmiddels 6,5 miljard gaat vergen.

In het proces in Washington zit deze week Paul Maritz in de getuigenbank. Hij is de topman van Microsoft verantwoordelijk voor besturingssystemen en applicaties. In een verklaring op schrift ontkent Maritz dat zijn bedrijf concurrenten en rivalen heeft geïntimideerd. De beschuldiging van Apple dat Microsoft heeft geprobeerd om de QuickTime multimedia-software te saboteren noemt hij beledigend. Maritz zegt ook niets te weten van een voorstel om de markt voor browsers te verdelen tussen Microsoft en Netscape.

Die laatste beschuldiging vormt het hart van het bewijsmateriaal van justitie tegen Microsoft. Het voorstel – dat in strijd is met de monopoliewetten – zou zijn gedaan op een bijeenkomst van vertegenwoordigers van Microsoft en Netscape op 21 juni 1995. De grote concurrent zou hebben gesuggereerd dat Netscape de browser voor Windows moest overlaten aan Microsoft en alleen software voor andere besturingsplatformen zou produceren.

Justitie zegt dat Maritz rond die tijd ook een e-mail aan topman Bill Gates stuurde, waarin hij zegt dat een gevecht met Netscape kan worden voorkomen als het bedrijf er in slaagt om zijn kleinere concurrent uit de markt voor Windows-software te laten stappen.