Afgelopen week vond in Amsterdam de jaarlijkse The Next Web Conference plaats. Onderdeel van die conferentie is een rally van verschillende startups. In de finale van deze rally waren acht van de 18 startups Nederlands. Ook gevestigde startups in Nederland blijven het goed doen. Toegegeven, een Facebook of Twitter zit er nog niet tussen, maar een aantal bedrijven heeft wel internationaal aanzien.

Idee gelijk waarheid maken

Een startup beginnen in Nederland heeft zowel voor- als nadelen ten opzichte van het beginnen van een startup bedrijf in bijvoorbeeld Silicon Valley. Dat gebied in de Amerikaanse staat Californië is van oudsher de regio waar veel technologiebedrijven gevestigd zijn en bovendien worden opgericht.

De typische kenmerken van Nederland zijn erg belangrijk voor wie zijn startup in Nederland succesvol wil maken. Daarnaast zijn algemene tips natuurlijk erg belangrijk.

Een startup begint natuurlijk altijd met een idee. Renato Valdés Olmos van Cardcloud adviseert om mensen die zo’n idee hebben om daar niet te lang mee rond te lopen. Sterker nog: Starters moet gelijk een prototype gaan bouwen, meent hij. Daarnaast is het blijven praten met mensen in je omgeving erg belangrijk. Zo kan je idee nog iets bijgeschaafd worden en test de ondernemer gelijk hoe het plan valt.

Alles is mogelijk in Nederland

Eén van de grootste voordelen van Nederland, en zeker de Nederlandse startup hotspot Amsterdam, is de relatief grote persoonlijke vrijheid. Het is daardoor mogelijk om bijna ieder idee te maken en te verkopen. Zeker in vergelijking met de VS. Dat meent bijvoorbeeld de Amerikaanse developer Mike Lee, oprichter van Tapulous (de maker van Tap Tap Revenge) en voormalig developer van Apple. De Amerikaan woont zelf inmiddels in Amsterdam en roept alle developers uit de Valley op om ook naar 'Appsterdam' te komen. Het klimaat voor startups zou hier immers veel beter zijn.

Staat een website eenmaal maar blijkt hij niet genoeg bezoekers of gebruikers te trekken, dan is het natuurlijk altijd mogelijk om een idee later nog aan te passen of bij te schaven. Zo startte Valdés zijn dienst Cardcloud ooit als ‘My Name Is E’. In het begin was dat een dienst om contactgegevens via een apparaatje door te geven als een digitaal visitekaartje. Later werd het een website voor digitale visitekaartjes. Na de naamsverandering is dat zo gebleven, maar richt de site zich meer op mensen die via een applicatie hun ‘kaartjes’ door kunnen geven. Inclusief extra informatie, bijvoorbeeld waar men elkaar ontmoet heeft. De ondernemer noemt dat zelf “aanpassen naar wat de markt wenst”.

Diezelfde gedacht heeft Robert Gaal van Wakoopa. De dienst die hij mede oprichtte startte vier jaar geleden als sociaal netwerk waar gebruikers konden loggen wat zij op hun computer deden. Inmiddels is het een groot consumentenpanel waar gebruikers vrijwillig maar anoniem kunnen delen wat zij op hun computer doen, inclusief de websites die zij bezoeken. Die informatie is erg nuttig voor bedrijven.

Weinig kleine investeerders

Het nadeel van Nederland wordt echter gevormd door de investeerders, of beter: het gebrek daaraan. Dat stellen althans Gaal en Valdés Olmos. Volgens Gaal is vooral het krijgen van een lage investering moeilijk. “Investeerders willen wel een paar miljoen in je bedrijf steken, maar als beginner is het moeilijk om een goeie investering te krijgen”. Bedrijven moeten zich dus eerst bewezen hebben.

In de VS is die cultuur juist heel anders, zo legt Robert Scoble uit, die zich voor hoster Rackspace nu vooral bezighoudt met nieuwe startups. “In de Valley zijn investeerders het gewend om te investeren in bedrijven die zich nog niet bewezen hebben. Er is daar een heel netwerk van investeerders die deze angel investments doen. In de VS is men altijd bezig met investeren in het volgende grote ding. De investeerders hopen dan de volgende Facebook te pakken te hebben”.

Als het aan Gaal ligt gaan Nederlandse ex-ondernemers zich ook op deze wijze manifesteren. Hij noemt de oprichters van Hyves als voorbeeld, zij hebben vorig jaar goed verdiend met de verkoop van hun startup aan de Telegraaf Media Groep en zouden met dat geld goed Nederlandse startups kunnen financieren.

Altijd vernieuwd zijn

Natuurlijk is het ook mogelijk om de kleine Nederlandse financierder te omzeilen. Je kunt bijvoorbeeld met je bedrijf de boer op te gaan, bijvoorbeeld naar de Verenigde Staten. Een andere mogelijkheid is een startup zelf te financieren. Dat kan wel moeilijk zijn voor iemand die zelf niet al te veel financiële reserves heeft. In dat geval is het nodig om een baan in loondienst of inkomsten uit een ander bedrijf aan te houden, wat weer als risico heeft dat een ondernemer misschien niet genoeg tijd heeft voor zijn jonge startup.

Iedereen is het erover eens dat investeerders toch vooral aangetrokken worden door innovativiteit. Een innovatieve dienst zal namelijk eerder veel gebruikers trekken dan een kopie van iets dat al bestaat. Als een dienst al snel een behoorlijk aantal gebruikers heeft wordt het eenvoudiger om iemand te vinden die er geld in wil steken. Ook in Nederland. Bovendien geeft het maken van een kopie weinig uitdaging. Of zoals Wakoopa-oprichter Gaal stelt: “Ik zou zelf nooit een kopie maken. Daar zou ik me niet goed bij voelen.” Het belangrijkste is volgens hem om te kijken hoe je de planeet gaat veranderen.

Een tweede voordeel van een startup die iets vernieuwends levert is de aandacht. Media-aandacht en aandacht van invloedrijke personen kunnen belangrijk zijn om mensen naar je platform te trekken. De meningen over de manier waarop dat moet gebeuren lopen wel uiteen. Gaal meent dat voor app-makers de rol van deze publiciteit inmiddels een stuk kleiner is, omdat de marketing goeddeels via de verschillende app stores kan. Bovendien stelt hij dat mond-op-mondreclame ook erg belangrijk is.

Praten met mensen

Valdés is het eens met die laatste stelling. Hij meent dat dit al begint zodra een ondernemer met mensen gaat praten over zijn startup. Als het idee echt goed is, dan raken mensen geïnteresseerd en komt er volop aandacht voor het nieuwe product. Uit die groep geïnteresseerde mensen moeten dan ook de nieuwe gebruikers komen.

Dat praten met mensen over een interessante nieuwe dienst mensen trekt merkte ook Johan Voets van de gloednieuwe startup Foodzy. Die website is een dienst om te loggen wat iemand op een dag eet. Bij een gezond eetpatroon kan de gebruiker awards verdienen zodat het een spelletje wordt. Zij kregen hun publiciteit in de media vooral via de startup rally van The Next Web en de Dutch Startup Awards. Voor die laatste prijs bleek de dienst tot Voets’ verbazing ineens genomineerd. De website bestond toen nog niet eens, wat bevestigt dat enkel het onder de aandacht brengen van een nieuw idee tot veel publiciteit kan leiden.

Wie moet er aandacht geven

“Het is wel belangrijk om te kijken wie je product onder de aandacht moet brengen”, meent Robert Scoble. Hij stelt dat je voor een klein product niet altijd met hagel zal moeten schieten, door bijvoorbeeld aandacht te zoeken bij grote media. Je moet juist een invloedrijke persoon binnen de niche van de startup enthousiast maken voor de dienst. Iemand die veel over dat onderwerp blogt en altijd op zoek is naar nieuwe dingen bijvoorbeeld.

“Als je een dienst brengt die voor een groot publiek bedoeld is moet je juist wel de grote media opzoeken en hopen dat zij berichten over jouw dienst. Dan kan het snel groeien”, meent hij. De Amerikaan vindt overigens dat startups ook niet bang moeten zijn om snel te groeien als er eenmaal veel publiciteit is, ondanks de problemen voor de stabiliteit die dat met zich mee kan brengen. “Als je vier keer zo veel gebruikers hebt als gepland, doe je iets heel goed”, legt hij uit. “Als je dan extra geld uit moet geven om je dienst weer op orde te krijgen, dan heb je in ieder geval iets om mee aan te komen bij investeerders”, weet de Amerikaan.

Johan Voets van Foodzy wil toch wat rustiger beginnen. Hij lanceert de dienst die hij mede oprichtte niet gelijk groots, maar in eerste instantie alleen als besloten beta voor vijfhonderd bezoekers van The Next Web Conference. Die komen bovenop een aantal bekenden van de oprichters die al eerder actief waren op de site. De ondernemer zit niet zo te wachten op een stormloop op zijn nieuwe site maar wil eerder “een gecontroleerde storm”.