Webwereld zoekt de beste IT-architecten van Nederland. Uit de vele aanmeldingen heeft de jury tien finalisten geselecteerd, die elk in een interview worden belicht.

Grgic is van mening dat een architect zich vooral dienstverlenend moet opstellen. Daarnaast vindt de SOA-architect van Xebia dat je architecturen simpel moet houden, zodat ze goed aan te passen zijn wanneer de inzichten veranderen.

Wat is architectuur voor jou?

“Een architect is iemand die samenhang weet aan te brengen in onderdelen en die inzicht weet te brengen in die samenhang. Daarnaast geeft hij een inzichtelijke voorstelling van de behoeften die de klant heeft.”

“Kijk, architectuur is inherent aan systemen. Elk systeem heeft al een architectuur, of we het zo noemen of niet. De vraag is meer hoe je dat tot uitdrukking brengt en hoe je dat communiceert. De taak van de architect is uitleggen wat er belangrijk is in de grotere samenhang voor die ene persoon met een vraag.”

“Als het bijvoorbeeld om een business architectuur gaat, zijn er veel belanghebbenden, die allemaal willen weten hoe hun belangen zijn ingevuld. Wat dat betreft heb ik wel een leuk verhaal over een softwareontwikkelaar. Die kwam met een vraag bij een architect. Hij was een use case (omschrijving van functionaliteit in een systeem - red.) aan het implementeren, maar vroeg zich af hoe zijn use case in verband stond met de rest van het systeem. ‘Het is wel leuk bedacht op zo’n klein bureau, maar er is nog een andere use case die verdacht veel lijkt op de mijne, is dat eigenlijk wel goed uitgedacht?’ Vervolgens kwam de architect terug met allerlei kritiek op de ontwikkelaar, die niet zou voldoen aan de referentiearchitectuur. Die softwareontwikkelaar was daar natuurlijk niet blij mee. Hij had een vraag gesteld en kreeg vervolgens een preek te horen over wat hij allemaal wel of niet goed deed. Het is onwijs belangrijk dat de architect gewoon die vraag beantwoordt.”

“Dat is de ene kant, de dienstverlener. De andere kant is het vertalen van de businessbehoeften naar die samenhang toe. Het is belangrijk dat wat de architect allemaal bedenkt vooral een vertaling is. Alles wat hij bedenkt, moet hij kunnen relateren aan businessbehoeften. Daarmee krijgt architectuur daadwerkelijke businesswaarde. Hij maakt de waarde inzichtelijk. Als architectuur wordt bedacht zonder dat er inzicht is in wat de toegevoegde waarde is voor de business, dan wordt het heel erg lastig en wordt het koffiedik kijken naar de toekomst.”

Waar ben je trots op?

“De meest complexe opdracht die ik heb gehad is het Nieuw Handelsregister. Dat was een heel moeilijke omgeving wat betreft de stakeholders. Het was heel moeilijk om te bepalen wie allemaal belanghebbende waren, welke belangen ze hadden en hoe die moesten worden ingevuld.”

“Het ging om multi-dimensionale opslag van historische gegevens, en die informatie moest worden verspreid naar allerlei overheidsinstanties. De vraag was welke informatie zij wilden hebben en op welke manier ze die zouden opvragen. Verschillende mensen hadden daar heel verschillende voorstellingen van. En het complexe was dus vooral hoe ik aan die behoeften kon voldoen, ook al wist ik niet precies welke behoeften dat waren.”

“We hebben dat naar tevredenheid opgelost. Daarvoor hebben we het mooie gedachtegoed gebruikt van Eric Evans: van domain-driven design. Daarbij weet je complexe structuren zo in te richten dat het op zichzelf eenvoudig uitpakt. Je houdt het simpel, maar toch kneedbaar en flexibel. Dat is gelijk een voordeel voor de toekomst. Mochten er in de toekomst andere inzichten komen, dan is het met minder kosten aan te pakken.”

Is het belangrijk om de toekomst in de gaten te houden?

“Ik sta erg wantrouwend tegenover architecten die zeggen dat ze toekomstvaste architecturen maken. We kunnen niet in de toekomst kijken en dus verzand je snel in oplossingen die nu geen toegevoegde waarde hebben. Daar later over nadenken is meestal efficiënter en goedkoper.”

“Maar het is wel belangrijk dat je je systemen zodanig bedenkt dat ze voorbereid zijn op verandering. Dat is een subtiel onderscheid. Ik hoor veel te vaak dat systemen op de toekomst zijn voorbereid, omdat er heel dure pakketten in zitten, en die kunnen van alles en nog wat. Als die goed worden ingezet, kan men nog jaren vooruit. Dat heeft niks met de toekomst te maken. Ik bouw systemen zodanig dat ze eenvoudig zijn aan te passen.”

“Dan blijft het nog steeds lastig, want je weet niet wat dat precies inhoudt, maar dan ben je wel dichter bij de waarheid. Al zie ik veel architecten die zeggen dat hun systemen flexibel zijn en dus aanpasbaar. Alleen als je dan kijkt wat die flexibiliteit inhoudt, dan blijken ze allerlei lagen ingebouwd te hebben en allerlei extra’s in hun structuur. Zelf denk ik dat het precies andersom moet. Hoe kleiner je het aanpakt, hoe eenvoudiger het is aan te passen. Hoe minder toeters en bellen je toevoegt, des te beter is je eindsituatie te beheersen. Denk eenvoudig.”

Heb je je wel eens misrekend?

“Ik heb me zeker wel eens misrekend. Dat gebeurt me vaak. Eigenlijk is dat voor mij gewoon een onderdeel van het proces. Op een bepaald moment, vooral in het begin van een project, moeten we een lijn trekken, omdat we anders alle kanten op springen. Dus dan kies ik een lijn: deze kant gaan we op. Maar dan word ik er onderweg op gewezen dat het niet goed is. Dan is het vooral een kwestie van luisteren en zorgen dat het veranderd wordt. Ik pas me constant aan op nieuwe inzichten.”

Waarom zou jij moeten winnen?

“Ik weet niet hoe ik zelf bezig ben, maar ik kom wel verdomd weinig architecten tegen die de essentie van architectuur begrijpen. Ik denk dat ik dat wel begrijp. Misschien is dat wel in staat zijn om zowel de business te begrijpen als die ene ontwikkelaar. Mensen die dat kunnen kom je niet zo vaak tegen. Architecten moeten gewoon dienstverlenend optreden.”