Google komt voor het eerste met een SDK voor programmeertaal Dart, dat al bijna twee jaar in bètaland hangt. Eerdere uitgaves betroffen previewversies en met de komst van deze SDK lijkt de komst van een officiële 1.0-versie eindelijk aan de horizon te staan.

Dart maakt JavaScript behapbaar

Dart is een open source-alternatief voor Javascript, dat volgens Google niet bedoeld is als JavaScript-killer. Google investeert zelf ook in de ontwikkeling van JavaScript, maar Dart is een compactere programmeertaal voor webontwikkelaars die tegen een complexe Javascript-code aanlopen. De taal definieert objecten meer als C++ en Java met classes en interfaces. Daarmee wordt de code gestroomlijnder, wat handig is voor grote applicaties met veel coderegels.

Om de interoperabiliteit te vergroten en ontwikkelaars te laten werken met een programmeertaal die direct toepasbaar is, kan Dart-code via de compiler naar JavaScript worden omgezet. Volgens de aankondiging van de Dart-makers is deze output met de komst van de eerste bèta van de SDK 3,7 keer kleiner dan bij eerdere previewversies het geval was.

Ook nieuwe Microsoft-variant

De grootste verbeteringen zitten in de analyse-engine van Dart. Deze werkt 20 procent sneller en ook is de analytische functie tijdens het werken verbeterd. Zo wordt nu bij de code-aanvulling automatisch de juiste identifier aangeraden als er een hoofdletter in een term wordt getikt.

Google is niet de enige die aan een JavaScript-alternatief werkt. Microsoft heeft TypeScript, die net als Dart complexe JavaScript-applicaties beter behapbaar maakt voor ontwikkelaars tijdens het schrijven en debuggen. Ook TypeScript is een open source-alternatief en heeft deze week een nieuwe versie (0.9) uitgebracht.