In het dagblad Trouw kondigt het Meldpunt Kinderporno aan dat het zijn activiteiten met ingang van september staakt, tenzij justitie ernst maakt met de vervolging van verspreiders van kinderporno. Ook eist de organisatie van vrijwilligers subsidie van de overheid om haar werk voor te kunnen zetten. Over de (vermeende) lauwe reacties van de officiële instanties op zijn meldingen van kinderporno heeft het Meldpunt al eens eerder zijn teleurstelling uitgesproken. In Trouw uit woordvoerster Christine Karman haar frustratie: "Het opsporen van kinderporno heeft bij justitie duidelijk geen prioriteit. Vorige week hebben we nog een geval aangegeven met naam, adres en al. Het ging om net zulke harde kinderporno als in de Zandvoortse zaak. Ik verwachtte deze week in de krant te lezen dat er weer een bende was opgerold, maar ik heb er niets meer over gehoord." Het argument dat justitie niet genoeg mankracht heeft om full-time in te zetten voor het opsporen van kinderporno op het Internet wijst ze van de hand: "Met twee agenten die zich uitsluitend daarmee bezig houden kom je al een eind." Het meldpunt, ingesteld in 1995, was het eerste in Europa en werd door minister Sorgdrager van justitie geopend. De frustraties van het Meldpunt lijken haaks te staan op zijn jaarverslag over 1996 (zie Meldpunt meldt... succes). Daarin valt op te maken dat het aanbod van `verboden' materiaal klein is. Meer dan een derde van de meldingen bleek loos alarm: het waren algemene klachten ("mijn provider biedt pornografische nieuwsgroepen aan.." of ze hadden geen betrekking tot het Internet of tot kinderporno. 150 Meldingen besloegen signalering van kinderporno via e-mail, nieuwsgroepen en Internet Relay Chat (IRC), de babbelbox van het netwerk. Het Meldpunt Kinderporno richt zich voornamelijk op websites die plaatjes aanbieden van seks met minderjarigen. Aan legitieme meldingen over foute websites noteerde het meldpunt er uiteindelijk 17: elf daar weer van vielen in de categorie twijfelgevallen. In de overige zes gevallen werd het materiaal verwijderd door de maker, waarbij twee keer de hulp van de politie moest worden ingeroepen. In november kondigde minister Sorgdrager nog harde maatregelen aan tegen de verspreiding van pornografische afbeeldingen met kinderen via het net. Sindsdien is niet veel meer van de minister vernomen. De vervolging van de verspreiders heeft eerder dit jaar wel een steuntje in de rug gekregen: de Hoge Raad heeft geoordeeld dat ook het in bezit hebben van een enkele afbeelding van kinderporno strafbaar is. Tot nu toe was vervolging alleen nodig als het materiaal verder werd verspreid.