"De situatie roept om onderwijsvormen die veel meer dan nu gebruik maken van educatieve software en andere ICT-toepassingen", schrijft het EPN in een persbericht. Volgens het platform moet meer gebruik gemaakt worden van leraarvervangende software om de negatieve gevolgen van het lerarentekort tegen te gaan. Computers worden weliswaar steeds meer gebruikt door scholen, maar volgens het EPN blijft een 'serieuze inzet van educatieve content achterwege'. "Door het tekort aan leraren is het van belang dat les gegeven kan worden, onafhankelijk van tijd, plaats en bevoegd docent." Dit kan volgens de organisatie met behulp van software. "Er is een groeiend aanbod van goede educatieve software. De leerling kan delen van het studiemateriaal overslaan zonder het tempo of het leerpad van anderen te beïnvloeden. Onderzoek toont aan dat het kiezen van een eigen leerpad tot grotere zelfstandigheid leidt en een beter begrip van de stof. Daardoor stijgt uiteindelijk de kwaliteit van het leren." EPN wil de leraar niet overbodig maken. "Het doel is niet het definitief vervangen van de docent, maar uitbreiding van de capaciteit. De docent is immers voor een deel ook procesbegeleider, een rol die een ander dan de bevoegde docent uitstekend kan vervullen. De bevoegde docent hoeft minder voor de klas te staan en de tijd die hij wel voor de klas doorbrengt, kan hij met meer rendement aanwenden." In EPN zijn partijen vertegenwoordigd uit het bedrijfsleven (zoals Casema, Cap Gemini, Microsoft en KPN), de wetenschap (zoals de Universiteit van Utrecht) en de overheid (zoals de gemeente Utrecht). Het doel van het platform is de maatschappelijke acceptatie van de elektronische snelweg te vergroten en te versnellen. Volgens EPN lopen de maatschappelijke toepassingen van de elektronische snelweg achter bij de technische mogelijkheden.