Het bedrijf van Eric werkt voornamelijk voor tandartspraktijken, het heeft een activiteit voor het kleinmetaal. Syscodata bestaat al zestien jaar en werkt op projectbasis.

Naam

“De naam is ontstaan uit de combinatie van systemen, de Sys, communicatie, de Co, en datatransmissie, de Data in de naam. Ik kwam vanuit de CAD/CAM-wereld, dus vandaar.”

Als je het uitspreekt, lijkt het inderdaad op Cisco. Toen ik de naam bedacht, een jaar of achttien geleden, wist ik niet eens van het bestaan van Cisco af. We krijgen wel eens e-mails toegestuurd waarbij de conclusie wordt getrokken dat we met elkaar te maken hebben. Ook Cisco, waar we veel mee werken, heeft wel eens een opmerking gemaakt, maar dat is nooit negatief geweest.”

We zien steeds meer een integratie tussen de klassieke automatisering en spraak. De afgelopen twee jaar hebben we ons daarvoor veel beziggehouden met Cisco-apparatuur.”

Werk

“Medische systemen moeten wel eens informatie versturen naar derden, of informatie van derden ontvangen en verwerken. De gebruikers van die apparaten weten niet uit welke formaten of systemen het allemaal is opgebouwd, en willen dat ook niet weten. Voor dat alles heb je software nodig, dat heeft natuurlijk zijn voors en zijn tegens. Daar assisteer ik mijn klanten mee, en ik adviseer ze wat ze het beste kunnen gebruiken.”

“Het lijkt eenvoudig, omdat het allemaal werkt als pc-netwerk of systeemnetwerk. Maar daarachter zit wel geavanceerde apparatuur, en zoals gezegd: de gebruikers zijn geen ontdekkingsreizigers die zelf graag aan het knutselen slaan als iets eruit ligt. Integendeel. Het is dus een lastige mix, waar je oneerbiedig gezegd ervoor moet zorgen dat alles hufterproof is opgezet. Het gros van mijn werk is het begeleiden en adviseren...”

EU

“... maar dat is aan het teruglopen, vanwege regelgeving vanuit Europa. Daar is besloten dat een hardwareleverancier niet meer een apparaat mag plaatsen dat niet volledig operationeel is opgeleverd. Zij moeten dus meer een consulentenrol op zich nemen, verplicht. Wat blijft er voor ons over om te doen?”

“We hebben dat vier jaar geleden zien gebeuren, en daar hebben we hebben een oplossing voor gevonden. We zijn gestart met de ontwikkeling van een patiëntenapplicatie, Dentio, die alles integreert met telefonie en de klassieke applicaties. Artsen willen steeds vaker vanuit huis hun administratie bijhouden bijvoorbeeld, en de bestaande applicaties hadden daarvoor de functies helemaal niet. Daar houden we ons dus nu veel mee bezig. Het geeft onvoldoende bestaansrecht om een paar grote computermerken te vertegenwoordigen, en kleine netwerken te beheren. De concurrentie daarin is ook enorm, dus moet je innovatief zijn. Gelukkig is daar bij kleine bedrijven genoeg ruimte voor. Hadden we dat niet gedaan, dan hadden we zeker niet meer bestaan. We gaan ons in 2010 dan ook veel meer richten op de technologische ontwikkelingen.”

Linux

“Een aantal klinieken draaien een Exchangeserver, maar dat is niet altijd even handig als het gaat om de e-mailbeveiliging. Je moet spam en Trojaanse paarden eruit filteren als het eigenlijk al op de server staat. Waar ik mee begonnen ben, en waardoor ik met Linux aan de slag ben gegaan, is dat ik mailscanners voor de servers ging zetten. Dat kan heel mooi met een plug-and-play-doos, maar dat is heel duur. Veel klanten hebben oude apparatuur staan, dus met Linux hergebruik ik die systemen. Dat is heel dankbaar. Misschien moet je de harddisk even vervangen, of geheugen bijprikken, je richt Linux in, en je hebt er geen omkijken meer naar. Het blijft draaien. Ik zie Linux als de Novell van twintig jaar geleden, en als zo'n server ermee ophoudt is de hardware gewoon echt op.”

“Niet alleen zulke scanners richt ik in met Linux. Ook mail- en fileservers stel ik er steeds vaker mee in, met dat prachtige product uit Delft, Zarafa. Het functioneert, en het blijft functioneren, en je kunt met scripts eenvoudig dingen weer toevoegen. We moeten natuurlijk ook Windowsfileservers plaatsen, door druk uit de markt. Voor zulke fileservers moet ik vier of vijf keer per jaar terugkomen voor onderhoud. Voor een Linuxserver is het al veel als ik een keer per jaar moet terugkomen.”

“Zelf maak ik graag de vergelijking met het Video 2000 systeem van Philips van twintig jaar geleden. Dat was een veel beter systeem dan VHS, maar het is dat laatste geworden. Datzelfde zie ik gebeuren met Linux, terwijl dat veel stabieler en krachtiger is. Wel zie ik Linuxgebruik in de serverwereld toenemen. Het meeste is nog steeds Windows, maar ongeveer een kwart van de ongeveer vijftig servers die ik beheer zijn Linux.”

Foutje

“Het is niet heel heel recent, maar ik heb een jaar of twee geleden wel eens een blunder gemaakt. We hadden een mailserver bij een klant ingericht. Dat was diens wens, hij wilde in huis een mailserver hebben omdat ze intern zware berichten wilden sturen met foto's, plaatjes, enzovoorts. Dat hebben we keurig zo ingericht, maar toen bleek dat hij bedoelde dat ze die berichten wilden versturen waar ze ook waren. Het schoot dus niet op, want die server moet dan even hard naar buiten communiceren, en ligt de bottleneck dus daar. Na driekwart jaar kwamen we erachter dat de provider van die klant dezelfde functionaliteit bood, maar zowel de provider als wij hadden die informatie nooit gezien. We hebben toen maar afgesproken om het zo te laten, en eventuele nieuwe functies via de provider te laten gaan. Maar technisch gezien was dat dus een misser.”

Tool

“Ik gebruik twee tooltjes heel veel. We hebben een centrale applicatie, DF Backup Master, ontwikkeld waarmee we kunnen zien of een backup bij een klant is gelukt. Dat klinkt heel simpel, maar wij merkten dat bij heel veel klanten de backups niet worden gecontroleerd. Een ander tooltje is er eentje waarmee je kunt zien wie er belt. Wij zijn ‘Cisco-ontwikkelaar’ en we lopen dus tegen dingen aan die niet echt in de markt zijn. De LinkSys-telefoontjes van Cisco worden veel gebruikt, maar er is niet iets waarmee je inkomende gesprekken kunt controleren. Ook die gebruiken we eigenlijk dagelijks.”

Bron: Techworld