Het Zweedse telecomconcern verkoopt de verlieslijdende fabrieken waar de telefoons worden geproduceerd aan Flextronics en het Taiwanese GVC. Ericsson had al een soortgelijke overeenkomst met het eveneens Taiwanese Arima. Flextronics neemt de productiefaciliteiten in Brazilië, Maleisië, Zweden, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten over. Flextronics zal 4200 medewerkers van Ericsson overnemen. In Zweden zullen 600 medewerkers hun baan verliezen. Tegen het eind van het jaar verwacht Ericsson het aantal werknemers bij haar consumentendivisie te hebben teruggebracht van 16.800 tot 7.000. Over het vierde kwartaal, dat eindigde op 31 december 2000, leed Ericsson een aangepast operationeel verlies van 1,5 miljard Zweedse kroon (360 miljoen gulden). Een jaar eerder was dat nog een operationele winst van 8,7 miljard kroon (2,09 miljard gulden). Het verlies was exclusief eenmalige lasten en baten, zoals de opbrengst van de verkoop van een pakket aandelen in Juniper. Voor het afstoten van de productiefaciliteiten voor mobiele telefoons neemt het concern een voorziening van 8 miljard kroon. De omzet nam 11 procent toe tot 82,1 miljard kroon (19,75 miljard gulden). Ericsson liet weten dat het in het eerste kwartaal geen winst verwacht. Bovendien zullen de verkopen van mobiele telefoons teruglopen, volgens het bedrijf. De totale omzet zal met ongeveer 15 procent stijgen, zo verwacht het bedrijf. Voor het gehele jaar voorziet Ericsson een omzetgroei van 15 tot 20 procent. Ericsson zal overigens gewoon telefoons onder de eigen merknaam blijven uitbrengen, het bedrijf zal die alleen niet meer zelf produceren. Concurrent Motorola besteedde eerder al een deel van de productie van de toestellen uit. Ericsson leed het afgelopen jaar 4 miljard gulden verlies op de handset-divisie.

Eerdere relevante berichten:
Ericsson en Tivoli ontwikkelen intelligente telefoon (14 december 2000)
Ericsson brengt Bluetooth in apart bedrijf onder (23 november 2000)
Ericsson verder in de problemen met mobiele telefoons (20 oktober 2000)