De ministers van Justitie van alle 15 lidstaten van de Europese Unie hebben donderdag een wet voor e-commerce aangenomen die hen hiertoe verplicht. In de wet is vastgelegd dat consumenten bij een dispuut met een webwinkel uit een EU-land het recht hebben de zaak aanhangig te maken bij een rechtbank in hun eigen land. Volgens de bewindslieden en de Europese Commissie, die het wetsontwerp heeft gemaakt, is de wet essentieel om e-commerce in Europa van de grond te krijgen. Gebrek aan vertrouwen onder consumenten houdt de ontwikkeling van e-commerce vooralsnog tegen, zo zei een woordvoerder van de Europese Commissie. De wet, die maart volgend jaar in werking treedt, moet dat vertrouwen vergroten. Een Nederlandse consument die bij bijvoorbeeld een Griekse webwinkel een product aanschaft, weet nu dat hij bij een dispuut niet in Griekenland een zaak hoeft aan te spannen. Over het dilemma van welk land het recht moet gelden bij een geschil, dat van de verkopende of de kopende partij, is meer dan een jaar gediscussieerd. Vanuit het bedrijfsleven is kritiek op de wetgeving. Vooral voor de kleinere bedrijven zou deze aanpak een hoop juridische onzekerheid met zich meebrengen. "Voor grote bedrijven is het geen probleem, want die hebben in alle EU-lidstaten kantoren en advocaten", zo zegt Wim Mijs, vice-president EU-zaken bij ABN AMRO. "Maar kleinere bedrijven lopen nu het risico in het buitenland aangeklaagd te worden. Dat brengt een hoop kosten met zich mee. Investeerders zouden zich daardoor wel eens wat terughoudender kunnen opstellen." Consumentenorganisaties hebben ook kritiek, maar van een andere aard. Zij waren er voorstander van om bij conflicten de wetgeving van het land van de consument te laten gelden, maar de nu aangenomen wet gaat hen niet ver genoeg. De European Consumers Organization wil dat consumenten online dezelfde bescherming krijgen als wanneer zij 'off-line', in het winkelcentrum om de hoek, zouden winkelen. Dat is tot nu niet het geval. Zo kan een Duitse consument niet een webwinkel aanklagen die bijvoorbeeld een 'twee voor de prijs van een'-aanbieding heeft, iets dat in Duitsland niet toegestaan is. Pas nadat er een transactie is gedaan mag een consument een zaak beginnen tegen een buitenlands bedrijf.