Het inleidende onderzoek is ingesteld na klachten van verschillende hardwaremakers waarin zij hun zorgen uiten over bepaalde licentievoorwaarden die Microsoft verbindt aan het gebruik van het Windows-besturingssysteem. Het gaat om zogenoemde `nonassert obligations'. Hierin moeten hardwaremakers aan Microsoft beloven dat ze geen gebruikmaken van de octrooien die ze bezitten als deze van invloed zijn op de software. Dit heeft de Europese Commissie donderdag bekendgemaakt. De namen van de hardwarefabrikanten zijn niet vrijgegeven. IBM bijvoorbeeld heeft een patent voor een methode waarmee de berekeningen van een computer kunnen worden versneld. Maar omdat IBM door de knieën is gegaan voor Microsoft kan het bedrijf er niets aan doen als Microsoft van deze methode gebruik zou willen maken. Ook bedrijven als Dell, Hitachi en Toshiba hebben de clausules getekend omdat zij zich simpelweg niet kunnen veroorloven Microsoft te passeren, zo zegt Microsoft-criticus Thomas Vinje van het advocatenkantoor Morrison & Foerster. De Europese Commissie wil nu meer informatie over deze praktijken. Het onderzoek staat lost van het nog lopende anti-trustonderzoek naar Microsoft door de commissie. Hierin staat vooral de Windows Media Player centraal.