Dit heeft eurocommissaris Mario Monti – belast met concurrentie-zaken – woensdag bekendgemaakt. De Europese Commissie zal volgens Monti tot in de puntjes onderzoeken wat er waar is van de vaak geuite beschuldiging dat grote printerfabrikanten goedkope inktalternatieven tegenhouden.

Voor fabrikanten als HP, Canon en Epson kan het onderzoek grote gevolgen hebben. Zij verdienen immers veel geld met het verkopen van inkt. In veel gevallen ontloopt de verkoopprijs van een complete inkjet-printer nauwelijks die van een inktpatroon.

Er zijn diverse bedrijven die goedkopere alternatieven aanbieden, bijvoorbeeld door de officiële patronen met inkt te hervullen. Deze methodes worden echter krachtig ontraden door de grote fabrikanten. Zij kunnen naar eigen zeggen niet garanderen dat de printers bij dergelijke methodes nog wel goed zullen werken.

Dit lijkt veel consumenten af te schrikken, want het marktaandeel van het alternatieve circuit is al jarenlang stabiel. Gerekend naar absolute aantallen hebben de 'hervullers' en consorten slechts 13 procent van de markt voor inkjet-printers en handen. Bij de laserjet-inkt is dat naar schatting 25 procent.

Monti zegt dan ook dat er 'waarschijnlijk een zaak is, evenals voor de Amerikanen'.

In de West-Europese markt voor printerinkt (zowel inkjet als laserjet) gaat volgens The Wall Street Journal jaarlijks maar liefst 11 miljard dollar om. Hewlett-Packard is de grootste verkoper van printers: 44 procent van de in Europa gebruikte printers zijn van HP.

HP wordt gevolgd door Epson (25 procent), Canon (18 procent) en Lexmark (10 procent). Monti heeft nog geen namen genoemd waar het onderzoek zich op zal richten.