De vaste commissie Vrijheden en Rechten van de burger, Justitie en Binnenlandse Zaken stemde eind vorige week voor een regeling waarbij burgers geen bescherming krijgen tegen ongevraagde reclame via e-mail. Voor de fax en sms geldt wel een verbod op het versturen van ongevraagde advertenties. Met een kleine meerderheid besloot de commissie de wetgeving over spam over te laten aan de vijftien lidstaten van de Europese Unie. De lidstaten moeten zelf bepalen of spammers eerst toestemming moeten vragen aan de ontvangers van reclame. Over het al dan niet van tevoren vragen van toestemming bestaat grote verdeeldheid in de Europese Unie: acht landen zijn voor een opt-in systeem (waarbij internetters van tevoren moeten zeggen dat ze reclame per e-mail willen ontvangen), terwijl zeven lidstaten een opt-out systeem (geen toestemming vooraf) prefereren.

Kritiek

De EuroISPA, een lobbygroep van Europese internetaanbieders, is ontstemd over de uitkomst van de stemming van de vaste commissie. "Waarom moet je wel van tevoren toestemming hebben als je een sms-bericht naar iemands telefoon stuurt, maar niet als je een e-mailtje naar diezelfde mobiele telefoon stuurt?", aldus woordvoerder Jo McNamee. Met nieuwe mobiele telefoons, bijvoorbeeld met i-modetoestellen, is het mogelijk om e-mail te ontvangen. Ook GroenLinks is ontevreden over de voorstellen van de commissie van het Europees Parlement. GroenLinks-europarlementariër Kathalijne Buitenweg ziet niets in het voorgestelde opt-out systeem. "Dat werkt niet, want reclame kan rustig onder een nieuw adres opnieuw verzonden worden. Bovendien kost het afmelden ook weer ongevraagde tijd." Medio mei moet het voltallige Europees Parlement zich nog over de voorstellen van de vaste commissie Vrijheden en Rechten van de burger, Justitie en Binnenlandse Zaken buigen. Mocht het Europees Parlement dan in meerderheid voor een opt-out systeem stemmen, dan betekent dat nog niet dat ongevraagd spammen in de Europese Unie definitief mag. Omdat de Raad van Telecomministers (de Telecomministers uit de vijftien lidstaten) voor een opt-in systeem is, moeten het Parlement en de ministerraad eerst overeenstemming bereiken.