Die belofte deed eurocommissaris Viviane Reding deze week in een toespraak over 'de toekomst van Europese breedbandnetwerken'. De EC zal eind volgende maand concrete beleidsvoorstellen over de regulering doen.

Ex-monopolies kort blijven houden

Reding staat erop dat huidige verplichting van dominante marktpartijen om hun netwerk open te stellen voor concurrenten ook blijft gelden in de toekomst. Momenteel is de regulering van nieuwe netwerkinfrastructuur zoals vdsl en glasvezel (vooral Fiber to the Home, afgekort FttH) sterk gefragmenteerd. In sommige Europese landen zijn deze nieuwe netwerken verplicht open, in andere niet.

Verregaande liberalisering zou er echter voor kunnen zorgen dat voormalige monopolisten zoals KPN, Telefonica, France Telecom en Deutsche Telekom de markt hermonopoliseren en opkomende mededinging in de kiem smoren, zo waarschuwt Reding. "Het standpunt van de Commissie is dat het een fatale fout zou zijn om van het huidige concurrentiestimulerende regime af te wijken."

Investeringen koesteren

De paradox waar Brussel mee worstelt is dat het investeringen in 'de volgende generatie internettoegang' wil stimuleren en tegelijkertijd gezonde concurrentie garanderen. Verschillende Europese telecomgrootmachten klagen namelijk dat regulering en openstelling nieuwe investeringen onaantrekkelijk maken.

Reding ontkent dit echter stellig: "Ik zeg het keer op keer: in netwerkgebaseerde economie├źn werkt effectieve concurrentie niet remmend, maar stimulerend op investeringen." De eurocommissaris voor de Informatiesamenleving wil met nieuwe regels juist een Europa-breed 'stabiel en rechtszeker' investeringsklimaat scheppen. Zo hebben eigenaren van nieuwe infrastructuur volgens Reding bijvoorbeeld recht op een risicopremie van 15 procent op hun investeringen bij het uitbaten van hun netwerk.

Overigens blijkt in de praktijk dat opmerkelijk genoeg de helft van alle investeringen in glasvezel voor consumenten door de 'nieuwkomers' wordt gedaan. Daarna volgen gemeenten en pas op de derde plaats komen de dominante telecompartijen, constateert Reding op basis van onderzoek (pdf) van Idate.

Nieuwkomers nog steeds in het nadeel

De ECTA, de Europese lobbyclub van nieuwkomers op de telecommarkt, is voorzichtig positief over de toespraak van Reding. "We zijn in z'n algemeenheid content met de aankondigingen", aldus Ilsa Godlovitch, Director Regulatory Affairs van ECTA, tegenover Webwereld.

"Echter, Reding gaat ons nog lang niet ver genoeg. Bij verplichte toegang tot netwerken refereert ze slechts aan bitstream-toegang voor concurrenten. Om de nieuwe breedbandmarkt daadwerkelijk open te houden is ontbundeling, scheiding van infrastructuur en diensten, vereist." In het verlengde hiervan pleit ECTA dat Brussel regels instelt zodat deze scheiding zit ingebakken in de architectuur van het netwerk.

Deze functionele scheiding is nodig omdat, ondanks dat nieuwkomers dus fors investeren in FttH, de ex-monopolies nog steeds een fikse voorsprong hebben met hun wijdverspreid bestaand netwerk en groot klantenbestand. Voor hen is het leggen van FttH dan ook tot 30 procent goedkoper dan voor nieuwkomers, zo blijkt uit recent onderzoek uitgevoerd in opdracht van ECTA.