Aan de Raad van Europa - niet te verwarren met de Europese Unie - nemen 44 Europese landen deel en een handvol niet-Europese landen zoals Canada, Japan, Mexico, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten. De huidige Conventie voor Cybercrime stamt uit november 2001. Daarin wordt onder meer het schenden van het eigendomsrecht, computerfraude en hacken strafbaar gesteld. Volgens de Raad is uitbreiding met een regel over racistische websites en haatsites nodig. Het voorstel dat nu ter discussie staat, stelt dat racistische activiteiten of uitspraken op computersystemen niet worden toegestaan. Eind januari wordt daar het verschijnsel haatsites aan toegevoegd. Maar de Verenigde Staten willen haatsites niet strafbaar maken omdat dat volgens de VS indruist tegen de vrijheid van meningsuiting. In de oorspronkelijke conventie van vorig jaar was ook al een maatregel tegen haatsites opgenomen. Uiteindelijk werd besloten om die toevoeging te schrappen. De toenmalige conventie werd door 29 landen geaccepteerd.

Omstreden

Toch is ook in de VS het onderwerp haatsites omstreden. Privacyvoorvechters zoals The Electronic Privacy Information Center (EPIC) zijn voor het handhaven van de vrijheid van meningsuiting. Onlangs werd een anti-abortus website met de naam Nuremberg files verboden. Op de site stond een lijst met doktoren die abortussen uitvoerde. De namen van die abortus-artsen zouden worden doorgestreept op de website als er een vermoord zou worden. Uiteindelijk werd deze site niet verboden op basis van de vrijheid van meningsuiting. In Europa zou een dergelijke site wel verboden worden, omdat het aanzet tot geweld. De EPIC is bang dat bij strikte handhaving van de haatsites-regelgeving, het zelfs verboden wordt voor journalisten en historici om over bijvoorbeeld de Holocaust te schrijven.