In maart ging de kogel door de kerk. De Europese ministers van Economische Zaken stemden tijdens een vergadering in met het voorstel om softwarepatenten ook in Europa toe te staan.

Dit tot ongenoegen van de tegenstanders van de softwarepatenten die menen dat de betreffende richtlijn fnuikend voor de innovatie zal zijn. Volgens hen hebben alleen grote bedrijven baat bij de plannen. Kleine bedrijven blijven in de kou staan.

Nu ligt de bal weer bij het Europees parlement. Dat moet zich nu opnieuw uitspreken over de richtlijn. Het Europarlement keerde zich bij de eerdere behandeling van het voorstel al tegen de mogelijkheid om software te patenteren. Deze keer lijkt zich een vergelijkbaar scenario te ontrollen.

Michel Rocard

De Britse zakenkrant Financial Times meldt namelijk dat de Europarlementariër die de behandeling van de richtlijn moet voorbereiden, de Fransman Michel Rocard, de nu voorliggende tekst flink wil aanpassen.

Dat Rocard niets in het huidige voorstel ziet, komt niet als een verrassing. In een interview in de Franse krant Libération in juli 2003 noemde Rocard zichzelf een aanhanger van 'free software'.

"De patenteerbaarheid van software zal waarschijnlijk een verschrikkelijke financiële en juridische dreiging veroorzaken, met alle nadelige gevolgen voor softwaremakers van dien", aldus Rocard, in het verleden premier van Frankrijk.

Rocard is, kortom, een verklaard tegenstander van softwarepatenten. Vermoedelijk is dat ook de reden dat het Europees parlement hem naar voren heeft geschoven als 'rapporteur' voor dit onderwerp.

Absolute meerderheid

De vraag is nu of voldoende Europarlementariërs de wijzigingsvoorstellen van Rocard zullen overnemen. Deze keer moet bij de behandeling een absolute meerderheid van de Europarlementariërs met de wijzigingsvoorstellen instemmen.

De plenaire stemming over de amendementen staat gepland voor juli. Als het Europees parlement de amendementen van Rocard dan inderdaad aanneemt, lijkt een botsing met de Europese regeringen onvermijdelijk.

De Europarlementariërs moeten dan met de Europese regeringen om tafel gaan zitten om een compromis te bereiken. Als de twee partijen niet tot overeenstemming komen, betekent dat het einde van het voorstel en kan het hele circus weer van voren af aan beginnen.