Libertel (inmiddels opgegaan in Vodafone) probeerde in 1996 een bepaalde kleur oranje te laten vastleggen als merknaam. Dit werd echter geweigerd door het Benelux Merkenbureau. Het telecombedrijf stapte hierop uiteindelijk naar de Hoge Raad in Den Haag. Deze instantie stuurde de zaak vervolgens door naar het Europese Hof. Dit heeft dinsdag een uitspraak in de zaak gedaan die als overwinning voor Libertel moet worden aangemerkt. Namens Libertel trad merkrechtspecialist Dirk Visser van advocatenkantoor Stibbe op. Het Europese gerechtshof in Luxemburg stelt dat een kleur `voor bepaalde waren en diensten' wel degelijk een onderscheidend vermogen kan hebben. Voorwaarde is dan wel dat de kleur een voorwerp kan vormen van een grafische voorstelling die `duidelijk, nauwkeurig, als zodanig volledig, gemakkelijk toegankelijk, begrijpelijk, duurzaam en objectief' is.

Orange

Hiermee kan de zaak worden teruggestuurd naar het nationale merkenbureau. Deze zal moeten bepalen of Libertel – als Vodafone dat nog steeds wil – de specifieke kleur oranje mag registreren. Of dit daadwerkelijk zal worden toegekend, is de vraag. Het Hof in Luxemburg stelt namelijk ook dat bij de beoordeling van het onderscheidend vermogen van een bepaalde kleur als merk rekening moet worden gehouden met het algemeen belang. Hierbij mag de beschikbaarheid van kleuren niet `ongerechtvaardigd worden beperkt voor de andere marktdeelnemers die waren of diensten aanbieden van het type waarvoor de inschrijving is aangevraagd'. In het geval van Libertel (Vodafone) begeeft de telco Orange zich in dezelfde markt. Orange zal een eventuele toekenning van de kleur oranje als merkrecht aan Libertel ongetwijfeld als onrechtvaardig beschouwen.