Dat vinden de Europese ministers, die vrijdag achter gesloten deuren hebben vergaderd. Het ging om een 'informele' vergadering, de eerste onder het voorzitterschap van Ierland. De Ierse voorzitter, de minister van Justitie Alan Shatter, zei op een persconferentie dat er onder meer twijfels zijn over aspecten van de ontwerpwet waarin burgers gerichte online advertenties kunnen blokkeren. Dat zou 'de innovatie van het internet' frustreren als het gaat om gratis diensten.

“Er is een brede consensus over de noodzaak dat bedrijven normaal hun werk kunnen doen onder de nieuwe regels terwijl er wel bescherming moet zijn" voor burgers, zo tekent The New York Times op uit de mond van Shatter tijdens een persconferentie na de bijeenkomst. Dat de huidige informatiebeschermingsregels moeten worden verbeterd, begrijpen de ministers wel.

Genoeg werk op de tafel

Vivian Reding, de Eurocommissaris onder wiens verantwoordelijkheid het huidige voorstel tot modernisering van de databeschermingsregels valt, spreekt in een reactie dat er “nog genoeg werk op tafel ligt", terwijl haar Data Protection Regulation ook al meer dan 100 wijizgingsvoorstellen kreeg in het rapport van Europarlementarier Albrecht. Daarover wordt eerst nog gepraat in de parlementaire commissie LIBE. Het uiteindelijke voorstel moet volgens The Times eerst worden goedgekeurd door de Europese Raad van ministers voordat het in stemming wordt gebracht in het Europees Parlement.

Al eerder werd gevreesd dat de Europese ministers het voorstel flink zouden willen afzwakken. Europarlementariër Sophie in 't Veld zei eerder tegen Webwereld dat de keuze tussen bescherming van de privacy van de burger en de commerciële belangen van bedrijven een flinke botsing zou opleveren tussen Europarlement en de Raad van Ministers. Ook de Europese waakhond voor de privacy EDRi schetste dat scenario al.

Discussie over 'recht om vergeten te worden'

Ook al eerder bleken andere aspecten van de nieuwe voorstellen tot scheuring te leiden in Europa, zo haalt The New York Times nog even terug. Daarbij gaat het om het recht om vergeten te worden, dat burgers in staat stelt informatie van henzelf op het internet te laten wissen door de bedrijven die die data beheren. Volgens een aantal landen steekt dat een spaak in de commerciële belangen van bedrijven. Nederland was een van de landen die daarnaast de vrees uitsprak dat dat vergeetrecht de vrijheid van meningsuiting kan beperken. Dat omdat mensen dan ook data van anderen kunnen laten wissen op het moment dat hun naam daarin voorkomt.

De nieuwe regels stuiten ook op veel verzet van het bedrijfsleven, zoals Google en Facebook. Facebook vindt dat de Europese dataprotectieregels de privacy van gebruikers schaadt. Volgens Facebook zorgt het Europese privacyvoorstel voor het 'recht om te worden vergeten' ervoor dat de privacy van gebruikers juist meer in gevaar komt. In de voorstellen is namelijk opgenomen dat data die door derde partijen worden overgenomen ook gewist moet worden .

Dus zou Facebook nog meer bij moeten houden van de gebruikers om te weten waar hun data allemaal terecht komt. Al eerder spraken Europarlementariërs van ongekende en nog nooit eerder vertoonde lobbydruk vanuit het bedrijfsleven.