Het onderzoek vertoont overeenkomsten met de lopende Microsoft-zaak van de Europese mededingingsautoriteiten. Intel wordt ervan verdacht pc-makers op ongeoorloofde wijze, bijvoorbeeld door het onthouden van essentiële informatie, haar chips te hebben opgedrongen. De strategie van Intel zou er volledig op gericht zijn pc-makers die alleen Intel-processors gebruiken te belonen, terwijl partijen die ook processors van de concurrentie gebruiken worden gestraft. Centraal staat onder meer de 'Intel Inside'-marketingstrategie van het concern, waarbij pc-makers betaald worden om het 'Intel Inside'-logo in hun advertenties op te nemen. Intel zou verder computerproducenten die ook met de concurrenten van het concern zaken doen (lees AMD), hebben benadeeld bij de levering van nieuwe Intel-chips. Daarnaast onderzoekt de Europese Commissie het licentiesysteem dat Intel hanteert voor het ontwerp van de processorbus. De bus verzorgt de communicatie tussen de processor en het moederbord. De busarchitectuur is intellectueel eigendom van Intel en wordt in licentie verstrekt aan pc-makers. Maar het concern zou partijen die niet op exclusieve basis Intel-chips afnemen essentiële ontwerpdata onthouden hebben. Intel heeft het onderzoek, dat het eerst door The Wall Street Journal werd gemeld, inmiddels bevestigd. "Wij hebben van de Europese mededingingsautoriteiten een verzoek om informatie over ons licentiesysteem voor de busarchitectuur ontvangen", zo liet een woordvoerster van de chipmaker weten. De woordvoerster wilde niet bevestigen dat ook de 'Intel Inside'-marketingstrategie onderzocht wordt. Het is nog niet bekend of de Europese Commissie ook met een officiële aanklacht komt. Een soortgelijk onderzoek dat de Amerikaanse toezichthouder FTC in 1997 begon, heeft nooit tot een formele klacht geleid. Aanleiding voor het onderzoek van de FTC was de weigering van Intel om met een drietal pc-makers, waaronder Compaq, zaken te doen als zij Intel geen licenties wilden verstrekken voor bepaalde gepatenteerde technologie van de bedrijven. De zaak werd in 1999 geschikt, maar het onderzoek liep nog door tot september vorig jaar. Het onderzoek van de Europese Commissie zou in diezelfde maand van start zijn gegaan.