Zuckerberg heeft in mei 2004 het Europese merkenrecht op 'face' aangevraagd. In 2006 werd de registratie officieel. Het merkenrecht geldt tot mei 2014. Naast 'face' heeft Facebook ook het Europese merkenrecht op 'F' en 'F8' verkregen.

Ook in Europa heeft het merkenrecht op 'face' de restrictie dat het moet gaan om chatrooms. Daarnaast mag 'face' door Facebook niet worden gebruikt in relatie met auto’s of weggebruik. Die beperking is deze week ook opgelegd door de US Patent and Trademark Office. Het heeft zes jaar langer geduurd voordat Facebook het Amerikaanse merkenrecht op 'face' kon bemachtigen in vergelijking met Europa.

Goede adviseurs

Volgens jurist Joost Becker van advocatenkantoor Dirkzwager is de vroege Europese registratie “opmerkelijk. Zuckerberg moet goede adviseurs hebben gehad”, zegt hij. Facebook was immers in 2004 niet actief in Europa, maar had dus toen al grote plannen met de profielensite. Op dat moment was Facebook slechts toegankelijk voor studenten van Harvard en enkele andere universiteiten.

De aanvraag voor het merkenrecht heeft één bezwaar opgeleverd, namelijk van het Spaanse Real Automovil Club de Espana. Mogelijk is daarom de uitzondering gemaakt in het uitoefenen van het merkenrecht in relatie met auto’s en weggebruik.

Merk moet wel worden gebruikt

Volgens Becker is er wel een voorwaarde verbonden aan het Europese merkenrecht en dat is dat Facebook 'face' binnen vijf jaar moet gebruiken als merk. Die deadline stond dus op mei 2009. “In Europa ben je gebruiksplichtig als registrant. Mogelijk denkt Facebook dat het gebruik van de eigen naam al dat merkenrecht uitoefent, omdat daar 'face' in is verwerkt. Of dat voldoende is, is voer voor juristen.”

Wel is het merkenrecht van Facebook op 'face' nu weer aanvechtbaar. Indien bewezen kan worden dat Facebook zijn merkenrecht niet daadwerkelijk in gebruik heeft genomen, kan worden gevraagd om een vervallenverklaring. Die constructie is door de Europese Unie bedacht om defensief gebruik van het merkenrecht te voorkomen.