Het is voor het eerst dat binnen de Amerikaanse overheid ook de IT-specialisten aan de controversiële, want niet volledig betrouwbare, leugendetector moeten geloven. De FBI heeft vorige week een memorandum uitgebracht waarmee het nieuwe beleid per direct ingevoerd werd. Tot nu toe werd op periodieke basis bij willekeurig gekozen medewerkers een leugendetectortest afgenomen. De FBI gaat het aantal tests nu opvoeren. De organisatie reageert daarmee op de arrestatie van Robert Philip Hansen in februari. Hansen, een topagent van de FBI, wordt ervan verdacht zijn bovengemiddelde kennis van computers te hebben misbruikt om sinds 1985 voor Rusland te hebben gespioneerd. Via het strikt vertrouwelijke Electronic Case File-systeem, waartoe Hansen toegang had, controleerde hij of het bureau hem al op het spoor was. De FBI heeft de zaak aangegrepen om de controle op de computeractiviteiten van het personeel flink op te voeren en hen bovendien regelmatig te verhoren via een leugendetector. Dat stuit op nogal wat weerstand binnen de organisatie. Bij de CIA zijn de tests al langer praktijk, bij de FBI willen veel medewerkers er niet aan. Zij zien een test als een motie van wantrouwen. De apparaten zouden alleen gebruikt moeten worden om criminelen of nieuwe werknemers mee te controleren. Bovendien zijn veel medewerkers niet erg overtuigd van de betrouwbaarheid van de leugendetector. Deskundigen zijn het over dit onderwerp nog steeds niet eens. In ieder geval kwam Aldrich Ames, een wegens spionage veroordeelde CIA-agent, moeiteloos door de test heen. Alan Paller, de directeur van het beveiligingsorganisatie SANS, ziet in de verscherpte focus op interne veiligheid bij de FBI een 'Carnivore effect', waarmee hij verwijst naar de verguisde supercomputer waarmee de organisatie het e-mailverkeer kan volgen. "Mensen zijn nu doordrongen van het feit dat systeembeheerders onbeperkte toegang hebben tot alle privégegevens en –informatie die door hun systeem gaat. Daarmee ontstaat de behoefte om om op de een of andere manier te controleren wat zij zien en wat zij doen met wat ze zien."