De reacties op het handelsverdrag zijn ingestuurd na een internetconsultatie. Een deel daarvan werd al eerder openbaar gemaakt, maar een ander deel werd geheim gehouden. Webwereld nam daar geen genoegen mee. Het eiste en kreeg openbaarmaking door middel van een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).

Alleen maar kritiek

Terwijl uit de eerdere stukken nog een verdeeld beeld over ACTA naar voren kwam, blijkt dat de niet-openbare reacties stuk voor stuk kritisch zijn. Zo vrezen de overkoepelende bibliotheekorganisaties FOBID (Netherlands Library Forum), dat het ACTA eenzijdig is en dat de strenge regels een regelrechte bedreiging zijn voor bibliotheken.

Ook bij burgers is er bezorgdheid en vanuit die hoek is er dan ook veel gereageerd. Mensen hekelen veel meer dan alleen het geheimzinnige proces dat tot het verdrag heeft geleid. Er is ook de nodige kritiek op de gevreesde schending van burgerrechten, de aanval op privacy, het aanpakken van onschuldigen en het ontbreken van bescherming als je onschuldig wordt gedaagd. Bovendien vreest men dat de entertainmentindustrie met het verdrag een blanco volmacht krijgt en dat het ineffectief zal blijken tegen piraterij. Een burger is vooral boos omdat de overheid namens de burgers een mandaat heeft en dan diezelfde burger niet in bescherming neemt.

Belemmering voor de handel

Maar de belangrijkste kritiek is misschien nog wel afkomstig van Mr. Berber Brouwer van advocatenkantoor Bergh, Stoop & Sanders. Zij is gespecialiseerd in intellectueel eigendom en een groot voorstander van handhaving. Maar voor haar gaat ACTA een brug te ver. Ze vreest zelfs dat het handelsverdrag de handel niet ten goede komt, maar juist zal belemmeren.

Maar Brouwer mist vooral de “checks and balances”, die de waarborg zijn dat de burger niet de dupe wordt van ACTA. Zij benadrukt dat het namaken van een handtas bewust wordt gedaan, terwijl inbreuk digitaal gezien nog wel eens onbewust gebeurt. Ze schrijft EZ dan ook dat het belangrijk is om onbewuste inbreuk niet overdreven te laten escaleren. Pijnlijk daarbij is dat ze concludeert dat het ontbreken van een register van beschermd materiaal als gevolg heeft dat iemand soms niet kan weten dat hij rechten schendt. Als er dan schadevergoedingen komen, dan moeten die wat haar betreft meer in verhouding staan tot de inbreuk.

Poten af van internet

Ook Gino van Zolingen van NLKabel laat duidelijk merken dat hij weinig met het handelsverdrag op heeft. Het is opmerkelijk dat zijn reactie onderdeel is van het niet openbare gedeelte van de internetconsultatie. Hij schrijft namelijk letterlijk dat zijn reactie openbaar gemaakt mag worden: “Er is overigens geen bezwaar tegen openbaarmaking van onze reactie op de internetconsultatie-site.”

Een andere burger is minder subtiel: “afschaffen dit!! internet is net als de vrijheid van meningsuiting daar moet je met je poten vanaf blijven!!!!!!!!”

Al werd de internetconsultatie digitaal uitgevoerd, toch bleek het ingewikkeld de niet openbare documenten terug te vinden. De wetgever verwacht dat Economische Zaken beslist over documenten zodra deze beschikbaar zijn. Dat zoeken duurde echter twee maanden, precies de maximaal wettelijke termijn. Daarna had het departement nog twee weken (de maximaal wettelijk termijn) nodig om toestemming voor vrijgave te regelen. Tegen een ander gedeelte van het Wob-verzoek is bezwaar aangetekend.