Volgens de Britse commentator Max Baxter-Reynolds verandert door Swift het lastige aspect van het programmeren van apps voor iOS niet. Op ZDNet levert hij kritiek op het feit dat Apple een eigen toolset uitbrengt op basis van een eigen taal die werkt met de eigen API's.

"Deze aanpak maakt het voor ontwikkelaars extreem lastig om apps te bouwen die op meerdere apparaten draaien", schrijft hij. "Wat ontwikkelaars nodig hebben is bekende tooling die gebaseerd is op open standaarden en bekende manieren van aanpak. Waar ze niet op zitten te wachten is een stel betweterige engineers die vanuit hun ivoren toren iets introduceren wat bewust afwijkt omdat zij denken dat dit het beste voor hen is."

'Apple had moeten investeren in opkomende tooling'

Volgens Baxter-Reynolds heeft Apple geen rekening gehouden met de werkelijke behoeften van de community. Hij had gehoopt dat Apple eerder het bedrijf Xamarin gekocht had waardoor ontwikkelaars zowel in C# als Java hun apps voor iOS zouden kunnen schrijven. Op dit moment zijn de apps van Apple nog gebaseerd op Objective-C, waarvan "de tooling ook niet erg goed was".

"Het is behoorlijk vervelend om mee te werken, zeker in vergelijking met de tooling waarmee zakelijke softwareontwikkelaars mee uit de voeten kunnen", aldus de consultant.

De ervaren iOS-ontwikkelaar Steve Streza moet nog maar zien in hoeverre Objective-C en Swift dadelijk kunnen samenwerken. "Beide doen verschillende aannames over hoe code geschreven moet worden en API's hun data retourneren. Het is nog onduidelijk in hoeverre die aannames conflicteren", zegt hij tegen The Next Web. Bovendien zouden volgens Streza veel programmeurs niet zitten te wachten op weer een nieuwe taal die ze moeten leren.