Dinsdag presenteerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) het advies 'Vertrouwen in burgers' aan demissionair premier Rutte. De boodschap van deze denktank voor de regering: hoewel veel Nederlanders zich betrokken voelen bij de maatschappij, maakt de overheid daar veel te weinig gebruik van.

En dat is jammer. In de eerste plaats natuurlijk omdat de overheid haar voordeel kan doen met de kennis en inzet van al die burgers. Maar ook omdat die betrokkenheid essentieel is voor een goed functionerende democratie. Een democratie ontleent haar legitimiteit immers aan het vertrouwen dat de bevolking in de overheid heeft. Burgers die zich wel willen inzetten maar steeds bot vangen bij de overheid, raken uiteindelijk gedesillusioneerd en keren zich af van de politiek.

Hoe zorgen we ervoor dat het wederzijdse wantrouwen tussen overheid en burger minder wordt? Om te beginnen zou de overheid een stuk ruimhartiger kunnen zijn in haar informatieverschaffing, meent de WRR. Of zoals dagblad Trouw het formuleerde: “Voorwaarde voor de inzet van burgers is dat zij toegang hebben tot belangrijke informatie, die nu alleen nog toegankelijk is voor politici en ambtenaren."

Journalist van het jaar

Die aanbeveling klonk als muziek in mijn oren. Aan die toegang tot overheidsinformatie schort het nu namelijk nogal in Nederland. Brenno de Winter - u heeft misschien wel eens van 'm gehoord - kan erover meepraten.

De afgelopen jaren stuitte hij voortdurend op overheden en overheidsinstanties die weigeren inzicht te geven in informatie die uiteindelijk van ons is. Alleen dankzij kostbare en tijdrovende procedures slaagt hij er in dergelijk gevallen in om de gevraagde gegevens alsnog boven tafel te krijgen.

Voor zijn vasthoudendheid werd De Winter in 2011 terecht gelauwerd als journalist van het jaar, maar welbeschouwd is het natuurlijk een grof schandaal dat hij zo vaak bij de rechter moet aankloppen om informatie te bemachtigen die sowieso al openbaar had moeten zijn. Doorgaans hebben overheden namelijk geen enkele legitieme reden om de gevraagde gegevens achter te houden.

Aftappraktijk

Eén van de treurigste voorbeelden hiervan betreft de voortdurende weigering van Justitie om het publiek te informeren over de aftappraktijk in Nederland. Er zijn vermoedelijk maar weinig democratische landen waar opsporingsdiensten vaker communicatie aftappen dan Nederland, maar burgers die willen weten hoe vaak dat precies gebeurt, stuiten voortdurend op een halsstarrig ministerie van Justitie dat meent dat het ons allemaal niets aangaat.

Tot begin jaren negentig maakte de overheid de aftapcijfers nog jaarlijks bekend, maar in 1994 kwam daar een eind aan. Dat het aantal taps net in de periode daarna flink toenam - onder meer omdat andere opsporingsmethodes door het werk van de parlementaire-enquêtecommissie onder leiding van Maarten van Traa aan banden werden gelegd - zal wel toeval zijn geweest.

Pogingen van Bits of Freedom en GroenLinks begin deze eeuw om toch informatie over het aantal taps boven tafel te krijgen, stuitten op forse tegenwerking van Justitie. Het ministerie had de informatie niet en was ook niet van plan die te gaan bijhouden, liet toenmalig minister Piet-Hein Donner weten.

Staatsgeheim

Sinds 2008 maakt Justitie de cijfers over het aftappen van telefoons wel weer bekend (dank daarvoor nog, Ernst Hirsch Ballin!), maar nu begint het gedonder over een vergelijkbare praktijk gewoon weer opnieuw. Ondanks herhaalde Kamervragen weigert het kabinet namelijk te vertellen hoe vaak politie en Justitie chats, dm's, zoeklogs en andere privacygevoelige gegevens opvragen bij bedrijven als Google, Microsoft, Facebook, Hyves en Twitter.

Met welk argument weigert Justitie deze informatie te verschaffen? Lees mee in de antwoorden van demissionair staatssecretaris Fred Teeven: “Publicatie van deze aantallen zou inzicht geven in de mate waarin communicatie via sociale media door de opsporingsautoriteiten gevolgd wordt. Het is niet in het belang van de opsporing om dit inzicht te verschaffen, onder meer omdat het risico bestaat dat personen hun gedrag op deze informatie gaan afstemmen."

Echt, what the fuck, Fredje?!? Waarom kan Justitie wel informatie verstrekken over het aantal telefoontaps, maar niet over het aantal keer dat de politie bij Hyves aanklopt? En wat wordt het volgende? Mogen we straks ook niet meer weten hoeveel agenten er in Nederland rondlopen omdat 'het niet in het belang van de opsporing is om dit inzicht te verschaffen'? Wordt het aantal cellen in Nederland straks staatsgeheim 'omdat het risico bestaat dat personen hun gedrag op deze informatie gaan afstemmen'?

Crimefighter

Met een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) is Bits of Freedom inmiddels druk bezig om de gevraagde gegevens alsnog boven tafel te krijgen. Met enig succes. Het korps Limburg-Zuid heeft de digitale-burgerrechtenorganisatie inmiddels een overzicht verschaft van alle vorderingen van de afgelopen drie jaar (hulde!).

Het is tijd dat de andere politiekorpsen dit voorbeeld volgen. De vraag is of dat nog gaat gebeuren met deze staatssecretaris. Teeven is lid van een partij die vindt dat burgers niet al te veel van de overheid moeten verwachten, maar de VVD'er heeft een wel heel aparte uitleg van dit liberale principe.

Terwijl de gewezen crimefighter er voortdurend voor pleit om privacywetgeving af te zwakken en meer informatie over burgers te verzamelen, verzet hij zich tegen elk initiatief om de overheid zelf transparanter te maken. Kortom: de overheid wil wel alles van u weten, maar omgekeerd mogen wij niets van de overheid weten.

Het is dit gebrek aan wederkerigheid waardoor mensen cynisch worden over de overheid. Alle reden dus om in een volgend kabinet een staatssecretaris op Justitie neer te zetten die wel oog heeft voor privacybelangen. Daarnaast graag een minister die nu eens echt werk gaat maken van het openbaar maken van zoveel mogelijk overheidsinformatie. Wellicht dat die laatste taak iets is voor de opsteller van het WRR-rapport, een VVD'er die het wel begrijpt: Pieter Winsemius.