MCI Worldcom en Sprint hebben op een hoorzitting van de Europese Commissie hun standpunt met betrekking tot de voorgenomen fusieplannen kunnen verdedigen. De EC heeft bezwaren tegen het samengaan omdat ze vreest voor de concurrentiepositie van de Europese telecommarkt. Woordvoerders van MCI en Sprint hebben gezegd de ophef over de eventuele gevolgen van het samengaan voor de concurrentie op de Europese telecommarkt sterk overdreven te vinden. Het afstoten van de internet-diensten van Sprint moet voldoende zijn om een gezonde en concurrerende Europese markt te waarborgen, aldus de bedrijven. Verwacht wordt dat de Europese Commissie veel verder wil gaan en de bedrijven zal dwingen het Sprint-deel van de internetbackbone af te stoten. Beide bedrijven leveren infrastructurele voorzieningen voor de telecom- en internetmarkt. Eerder gaf ook de Amerikaanse overheid aan de fusie, waarmee een bedrag van 250 miljard gulden is gemoeid, te gaan onderzoeken. De Commissie vreest dat bij een fusie het grootste deel van de wereldwijde internetbackbone in handen komt van één bedrijf. Dit kan de concurrentiepositie van Europese bedrijven als France Telecom en British Telecom schaden. Het is nog niet duidelijk of de EC de partners zal dwingen Sprints aandeel in de backbone en alle daaraan gekoppelde diensten te verkopen. Bij de fusie van MCI en Worldcom in 1998 dwong de Europese Commissie MCI wel tot verkoop van een deel van de backbone en de services die daarbij horen. Sindsdien klagen concurrenten dat de concurrentiepositie ten opzichte van MCI Worldcom niet is verbeterd. Volgens Worldcom topman Michael Salsbury is er niets aan de hand. "Er zijn grote veranderingen gaande op de Europese markt, en er komen constant nieuwe bedrijven bij. De concurrentiepositie van bedrijven is groter dan ze twee jaar geleden was". Voor 12 juli 2000 moeten de bedrijven beslissen of ze de fusie doorzetten of concessies doen aan de Commissie.