Daarom ben ik eigenlijk ook helemaal niet gelukkig met het draadloze netwerk dat hier van onder het bureau zijn data de ruimte in slingert. De enige lol daar is dat je het MAC-adres van het nieuwe speeltje mag invoeren. Of nog leuker: hijdoetutniet. Dan mag je pas echt aan het knutselen, of je kunt alsnog de gebruiksaanwijzing erop naslaan.

Het is waarschijnlijk een van de bijwerkingen van het beroep van technologiejournalist in Silicon Valley. Als Bill Gates straks in januari in Las Vegas op de Consumer Electronics Show de nieuwe Windows Vista Media Center PC demonstreert, wil ik hem het liefst meteen in het televisiemeubel schuiven. En een week later zal ik me opnieuw moeten inhouden wanneer Steve Jobs op MacWorld in San Francisco zijn nieuwe speeltjes voor het wereldpubliek onthult.

Vorige week nog stond Nokia zijn nieuwe 770 Internet Tablet te demonstreren, een Linux zakcomputer met Wifi waarmee je op de bank kunt internetten. Het verstand zegt dat het apparaat het leven op geen enkele manier gemakkelijker maakt, maar toch jeukten m'n handen om het hebbedingetje uit de handen van de product manager te rukken en het hotel uit te hollen.

In dat laatste ligt het grote probleem: een gadgetverslaving is niet te betalen en na de kortstondige kick komt de onvermijdelijke kater. Zo'n navigatiesysteem is leuk, maar de weg van huis naar kantoor kan ik inmiddels wel dromen. Daar heb ik Anja (zo heet mijn TomTom nu eenmaal) niet voor nodig. Live verkeersinformatie erbij? Geweldig om te weten dat je vast komt te staan in de file, maar een alternatief is er toch niet.

Bovendien maakt een gadgetverslaving de dingen alleen maar erger. Als de computer kán samenwerken met de digitale video recorder (PVR), dan moét dat ook.

Er is inmiddels een smerige koude oorlog uitgebroken tussen mijn draadloze netwerk en vijf buren. De 802.11b variant van Wifi heeft slechts 14 kanalen en 802.11g houdt het bij vijf al voor gezien – mijn router aleen al bedient tot negen verschillende apparaten (laptops, dekstops, pda's, PVRs en een media adapter). En dan storen magnetrons en draadloze telefoons ook nog op dezelfde bandbreedte.

In het luchtruim boven de bank vindt met grote regelmaat een herhaling van het Varkensbaai-incident plaats – al wisselen de buren en ik regelmatig van rol. Soms win ik, andere keren legt de draadloze media adapter spontaan het loodje wanneer hij op de stereo mp3's van de computer afspeelt.

Het is kortom weer de hoogste tijd voor een nieuw apparaat. Iets in de trend van een Wifi blaster die met grote regelmaat concurrerende netwerken onderuit haalt. Het hoeft geen geaccepteerde technologie te zijn. Hoe obscuurder, hoe beter. Dat betekent immers alleen maar weer extra knutselwerk.

Netwerken over elektriciteitskabels mag ook weer sinds Intel in augustus voor de tweede keer in de geschiedenis zijn zegen aan de Homeplug alliantie gaf.

Soms, in een kort moment van helderheid zie ik de waanzin van dit alles. Terwijl ik stuurloos ronddobber, had de overgrote meerderheid van de wereldbevolking bij het vierde apparaat de moed allang opgegeven.

Intel, Apple en Microsoft staan voorop in hun pogingen om ons allemaal zo veel mogelijk losse toestellen te verkopen. Maar wanneer ze die praatjes afsteken tijdens zo'n moment van helderheid, zie ik meteen: dit wordt weer helemaal niets. Maar het duurt nooit lang todat een stemmetje binnenin roept: "Hebben!"