De verzamelde Europese uitgevers van computergames – verenigd in ELSPA - keren zich tegen de resultaten van recent Japans onderzoek waaruit zou blijken dat gamen slecht voor tieners zou zijn. Die uitspraak is onwaar en verkeerd geciteerd, stelt ELSPA. Onlangs berichtte de Engelse krant The Observer over een Japans onderzoek waaruit zou blijken dat het spelen van computergames bij kinderen een onevenwichtige ontwikkeling van de hersenen veroorzaakt. De ontwikkeling van de motoriek, emotie, leervaardigheid en het geheugen zouden achter blijven bij de ontwikkeling van het zicht en geheugen. Maar volgens de European Leisure Software Publishers Association ( ELSPA) is dat niet waar. De ELSPA bestrijdt de resultaten van het Japanse onderzoek niet, maar stelt dat het geheel verkeerd geciteerd is. Het zou volgens de ELSPA overigens om een zeer beperkt onderzoek gaan, waarin maar één computerspel betrokken is. De ELSPA stelt het volgende: "De uitkomst van dit onderzoek is niet dat games de hersenen beschadigen, maar dat een half uur dit ene spel spelen minder bijdraagt aan de ontwikkeling van de hersenen dan een half uur rekenoefeningen doen." En bovendien: "Er zijn vele games die van de speler vaardigheden vragen, zoals logisch redeneren coördinatie en er zijn ook puur educatieve games." De ELSPA stelt verder dat het beeld van de eenzame, wereldvreemde gamer niet klopt. Recent en veel uitgebreider Engels onderzoek zou hebben aangetoond dat games juist kunnen bijdragen een goede lichamelijke, geestelijke en sociale ontwikkeling. Het is bovendien goed voor het concentratievermogen. Sommige games vragen eenzelfde concentratie als topsporters op moeten brengen en die vaardigheid komt jongeren goed van pas tijdens hun studie, zo blijkt uit deze studie.