De komst van ESX Server betekende in 2001 een kleine revolutie in de IT. Bedrijven en beheerders die tot dat moment vooral ervaring hadden opgedaan met virtualisatie bovenop een host-besturingssysteem, konden met ESX Server de hypervisor ineens direct op de hardware installeren. Dat leverde snelheid en stabiliteit en vooral veel nieuwe toepassingen voor virtualisatie in het datacenter.

Dit jaar wordt die ESX Server tien jaar oud. Ouder zal het echter ook niet worden, producent VMware heeft besloten met de komende release van vSphere 5.0 de ontwikkeling van ESX te stoppen. VMware kiest exclusief voor ESXi, de kleinere versie van ESX.

ESXi heeft grote voordelen

Die ESXi-hypervisor heeft volgens Jeremy van Doorn, manager Systems Engineering bij VMware, grote voordelen. "ESXi gebruikt minder resources dan ESX waardoor er meer capaciteit overblijft voor de virtuele machines. Ook kunnen nieuwe deployment-technologieën zoals PXE-boot efficiënter worden ingezet en kunnen servers zonder harde schijf worden gebruikt. De ESXi-code draait dan vanaf intern flashgeheugen of een usb-geheugenstick, wat de betrouwbaarheid van de fysieke omgeving flink verbetert.'

De belangrijkste reden voor VMware om voor ESXi te kiezen, is dat het daarmee afscheid kan nemen van de Linux-kernel die in ESX zit. ESX gebruikt deze kernel om de server te booten en de hypervisor te laden, bij ESXi is dit onderdeel verdwenen. "ESXi bestaat uitsluitend uit eigen VMware-code" aldus Van Doorn. "Zo ontstaat een optimaal veilige situatie met een veel kleinere attack surface die bovendien ook nog eens veel minder updates en patches nodig heeft." Ook Eric Sloof, in het dagelijks leven VMware-consultant en bekend van de NTPRO.NL-weblog, begrijpt keuze van VMware. "VMware wil een mean and lean hypervisor en die hebben ze met ESXi in handen."

Exit Service Console

Hoewel ESX en ESXi niet verschillen wat betreft de mogelijkheden tot virtualiseren, leidt de beheerder door de overstap op ESXi wel een verlies. Met het afscheid van de Linux-kernel verliest hij namelijk ook de Service Console. De Service Console is wat overblijft van de Linux-omgeving waarmee een ESX-server boot. Aan het slot van de bootprocedure schuif deze Linux-loader als het ware een beetje op en wordt eigenlijk de eerste virtuele machine op de hypervisor.

Anders dan andere virtuele machines blijft de Service Console echter altijd tot de beschikking van de beheerder die er zijn beheertaken in kan uitvoeren. Zoals het stoppen of starten van nieuwe virtuele machines maar vooral ook troubleshooting. Vooral dit laatste heeft de Service Console grote populariteit verworven.

Verlies is bescheiden

Volgens Eric Sloof is de impact van het verlies van de Service Console ook voor beheerders die nog een ESX-omgeving managen, bescheiden. Uit ervaring weet hij dat het meeste in het dagelijks beheer nu al vanuit de vCenter-managementomgeving gebeurt. Bovendien heeft VMware de VMware Management Assistant (vMA) ontwikkeld. "Daarin is een vSphere Command Line (vCLI) beschikbaar die je in staat stelt om door middel van vicfg-commando's specifieke taken uit te voeren."

De vMA kan vanaf iedere machine in het netwerk gebruikt worden en remote zijn commando's uitvoeren. "En voor die gevallen dat er een netwerkstoring is en het dus niet mogelijk is remote met de ESXi-server te verbinden, bestaat er de Technical Support-mode. Dat is een command line interface op de ESXi-host voor lokaal beheer en troubleshooting." Toch verschilt deze wel van de vertrouwde Service Console. Beheerders zullen bijvoorbeeld tevergeefs het esxtop commando zoeken, ze moeten nu remote-versie resxtop gebruiken.

Scripten

Beheerders die beheertaken scripten in de Service Console kunnen dat ook op ESXi blijven doen. Er is zowel een Linux-achtige vCLI als een Microsoft PowerShell-gebaseerde PowerCLI aanwezig. Binnen de vCLI kan Bash en Perl-scripting worden gebruik, binnen de PowerCLI zijn de VMware PowerShell command-lets beschikbaar.

Beide command lines bieden dezelfde functionaliteit doordat beide uiteindelijk gekoppeld zijn aan dezelfde API's van het virtuele platform. "Qua functionaliteit is er verder geen verschil. Het is meer de persoonlijke voorkeur die de doorslag geeft welke scriptvorm een beheerder wil gebruiken", aldus Sloof. Huidige ESX-scripts zullen bij de overgang naar ESXi beoordeeld moeten worden en eventueel aangepast voor gebruik in vCLI, PowerCLI of VMA.

Migreren

Volgens Jeremy van Doorn zijn de meeste systemen die geschikt zijn voor ESX dat ook voor ESXi. Uitzonderingen zijn er echter ook en Van Doorn raadt daarom aan een check te doen aan de hand van de Hardware Compatibility List . Als een systeem ontbreekt wil dat echter nog niet zeggen dat het ongeschikt is. "Vooral oudere servers kunnen hierop ontbreken. Dat heeft in veel gevallen te maken met de hardware vendors die zelf de compatibiliteit moeten controleren en rapporteren. Voor oudere servers doen ze vaak die moeite niet meer, waardoor die ontbreken in de lijst", zegt Van Doorn.

De installatie van ESXi is wel flink anders dan van ESX, maar volgens VMware vooral eenvoudiger en sneller. Bij gebrek aan een Linux-onderstel ontbreken in de installatie zaken als het partitioneren van het systeem en de Linux GUI-componenten. De installatie van ESXi is daarmee ook een flink stuk korter dan die van ESX.

Is de installatie voltooid kunnen agents en applicaties worden geïnstalleerd zoals voor het SAN, multipathing, back-up, hardware monitoring en UPS. Elk van deze onderdelen zal gecontroleerd moeten worden op compatibiliteit met ESXi of geüpdatet naar een versie die wel ESXi-compatibel is.

Migratie uitstellen tot nieuwe versie vSphere

Cijfers over het aantal bedrijven dat nog op ESX draait, zijn er niet. Volgens Jeremy van Doorn zijn de meeste bedrijven echter de laatste jaren al naar ESXi gemigreerd en ook Eric Sloof heeft dit beeld. Sloof, die ook VMware-trainingen verzorgt, doet vaak een poll onder de cursisten en heeft op basis daarvan het idee dat al zeker 80 procent van de bedrijven over is op ESXi. De resterende 20 procent zal deze stap dus dit jaar moeten maken.

Sloof adviseert bedrijven die de overstap nog moeten maken, te wachten op vSphere 5.0. Dat is de volgende versie van het VMware platform die vermoedelijk op 12 juli geïntroduceerd wordt maar waarover verder nog weinig bekend is. Hij heeft al wel ervaring met vSphere 5.0 maar mag er gebonden door een NDA niet veel over zeggen. Wel maakt hij duidelijk waarom migreren naar ESXi in versie 5.0 van vSphere gemakkelijker wordt dan het in de huidige 4.1 is. "Het migreren van ESX naar ESXi gaat bij de huidige versies nog gepaard met een herinstallatie. De migratie van ESX 4.x naar ESXi 5.0 daarentegen is in place, waarbij alle oude settings behouden blijven."

Als voorbereiding op de migratie naar ESXi heeft VMware een white paper uitgebracht, evenals een checklist. Beheerders kunnen bovendien een gratis online training volgen speciaal over dit onderwerp.

Misverstanden over ESXi

Een probleem dat VMware nog wel uit de wereld moet helpen bij de overgang naar ESXi is de verwarring over het product. Vaak wordt gedacht dat ESXi een soort lite-versie is van ESX met minder functionaliteit. ESX en ESXi zijn echter functioneel gelijk. De genoemde verwarring is ontstaan doordat VMware gelijk met de introductie van de eerste versie van de kleine ESXi-hypervisor ook een gratis versie introduceerde met minder functionaliteit, en het bedrijf ook die hypervisor ESXi noemde (officieel VMWare ESXi Single Server of Free ESXi).

Inmiddels heet de gratis ESXi hypervisor niet meer ESXi maar spreekt VMware van de VMware vSphere Hypervisor. Dit is de onderliggende hypervisor van ESXi maar zonder geavanceerde vSphere-functionaliteit zoals centraal management, back-up en restore van virtuele machines, automatisch load balancing en energiebeheer.