"Dit soort spellen zijn niet het ideale speelgoed, maar een verbod, daar verzetten we ons tegen", stelt Joris Vandenbroucke, Vlaams Parlementslid voor Spirit. "Het verbod zal er niet komen en over enkele weken is iedereen de zaak (hopelijk) vergeten. Ten eerste is een verbod perfect te omzeilen via het internet en de verkoop in het buitenland. En wat verboden is, wordt extra aantrekkelijk, zeker voor jongeren. Ten tweede, en daarover gaat de grond van dit debat, onderschrijven wij niet de vanzelfsprekendheid dat deze spelletjes automatisch aanzetten tot meer agressiviteit."

De Belgische minister van Justitie Laurette Onkelinx liet begin december weten te werken aan een wet tegen gewelddadige (pc-)spelletjes. Aanleiding hiervoor is het spel Bully, waarin spelers een schooljochie spelen en andere klasgenoten moeten slaan, schoppen en pesten. "Het enige alternatief is te wijzen op het belang van opvoeding en begeleiding", vindt Vandenbroucke. "Laat ons overtrokken reacties zoals op Bully in de toekomst vermijden en zelf onze verantwoordelijkheid opnemen."

In Nederland zorgt het spel ook voor de nodige opschudding. Vrijdag zocht de Amerikaanse antigame-advocaat Jack Thompson via Webwereld contact met Nederlandse politici om te bewijzen dat de game Bully de jeugd vergiftigt. Jeroen Dijsselbloem van de PvdA reageerde tegenover Webwereld: "Ik heb niet de illussie dat we alle gewelddadige games kunnen verbieden, maar ik vind sommige games veel te ver gaan. De leeftijdsgrens moet in ieder geval worden aangescherpt, zeker bij gewelddadige games. In het spel Bully moet je pesten, hetgeen juist op scholen een groot probleem is en soms heel ver gaat. Ik vraag me af of je daar nu grappen over moet maken of spellen van moet maken. Dat vind ik een hele verkeerde boodschap."

Onderzoek

Thompson wil zijn punt mede bewijzen met onderzoek van de American Psychological Association. Joris Vandenbroucke: "Na dertig jaar wetenschappelijk onderzoek staat echter niet vast dat er een eenduidig en direct verband is tussen gewelddadige computerspellen en agressief gedrag. Wat wel vaststaat is dat geweldpleging door jongeren vooral te maken heeft met andere oorzaken zoals de afwezigheid van duidelijke rolpatronen, vervreemding van ouders en omgeving, psychische stoornissen en de beschikbaarheid van wapens. Met een verbod op computerspelletjes bereik je met andere woorden niets."

Vandenbroucke weet zeker dat er geen verbod komt op het spel. "Zij die aanvankelijk luid riepen om een verbod, beginnen in te zien dat dit praktisch zo goed als onhaalbaar is, precies door de makkelijk toegankelijke parallelle circuits via internet en buitenlandse verkoop. De voorstanders van het verbod zijn trouwens een minderheid. Slechts twee van de zeven politieke partijen in het Vlaams Parlement hebben zich reeds voor een verbod uitgesproken. Overigens kan het gerecht de auteurs van een spel vervolgen voor 'aanzetten tot geweld', maar alleen als er effectief een misdrijf werd gepleegd én er een rechtstreeks verband kan aangetoond worden tussen het spel en het criminele feit. Dat is bijzonder moeilijk."