Het gaat om Cyclone, door de makers gedoopt als `een veilig dialect van C'. Achter het project zitten wetenschappers van de Amerikaanse Cornell University en van AT&T Labs. De basis voor de nieuwe taal is het populaire C, dat voor veel applicaties wordt gebruikt. De makers claimen dat het met Cyclone, in tegenstelling tot C, welhaast onmogelijk moet zijn om slechte code te schrijven. Hierdoor moet de huidige praktijk van het uitbrengen van patches als gevolg van slecht geschreven software tot het verleden behoren. "C is een heel krachtige programmeertaal, maar je kan ook jezelf de das omdoen door die kracht", zo zegt programmeerexpert Graham Hutton tegenover New Scientist. "Wat ze nu proberen is om de kracht van C te combineren met een aantal veiligheidschecks, waardoor het een veiliger taal wordt. Dat is een mooi streven." Het probleem met C is volgens kenners dat er vaak fouten worden gemaakt die pas naar voren komen als de applicatie volledig wordt geïmplementeerd in het besturingssysteem. De Cyclone-compiler moet dit veranderen. Deze compiler controleert de code niet alleen op typefouten binnen specifieke stukken code, maar analyseert ook waarvoor de code wordt gebruikt. Eventuele conflicten en veiligheidsgaten moeten hierdoor in een vroeg stadium aan het licht komen. Cyclone lijkt als twee druppels water op C, zo beloven de teams van de universiteit en van AT&T Labs. Daardoor kost het weinig tijd en moeite om in C geschreven programma's te herschrijven in Cyclone. De bedenkers hebben al simpele webserver-software geschreven in Cyclone die totaal immuun zou moeten zijn voor de gebruikelijke bugs.