De nog prille dienst lijkt ten prooi te vallen aan een voor de ict-industrie typerende stammenstrijd. Net als bij onder meer instant messaging zijn belanghebbenden vooralsnog geen uniforme standaard overeengekomen. De verschillen van inzicht bedreigen volgens kenners het eventuele succes. Push-to-talk (ptt) is simpel gezegd een walkietalkiedienst over het gsm-netwerk. Gebruikers kunnen met een simpele druk op de knop voiceberichten sturen naar één of meerdere mensen tegelijk. Deze kunnen op hun beurt een berichtje terugsturen, zonder daarbij een dial-upverbinding tot stand te hoeven brengen. Het grote voordeel is daarbij de prijs. Die zal beduidend lager komen te liggen dan bij normale gesprekken. Dit jaar komen alle grote telefoonfabrikanten met speciale toestellen die geschikt zijn voor ptt. Bij de operators is het Orange die de primeur in Europa heeft. In de VS is de dienst overigens al verder ontwikkeld.

Interpretatie

Er zijn echter interpretatieverschillen in de door de Open Mobile Alliance voorgeschreven standaarden. In het ene kamp zitten Nokia en Samsung, die een licentie heeft genomen op de technologie van Nokia. In het andere zitten Motorola, Sony Ericsson, Siemens en Ericsson. Deze laatste groep is onlangs begonnen met testen die een probleemloze uitwisseling tussen de handsets van de verschillende netwerken moeten garanderen. De eerste producten zullen het tweede kwartaal van dit jaar op de markt komen. Voor de twee grootste telco's van Europa zijn de verschillen van inzicht nog een grote hindernis. Zo zegt Friedrich Joussen, algemeen directeur van Vodafone Duitsland, dat zijn bedrijf wacht tot er overeenstemming over een standaard is. T-Mobile is dezelfde mening toegedaan.