Dat stelt althans de digitale-burgerrechtenorganisatie Electronic Frontier Foundation (EFF), die de verdediging van de man, Ross Plank, op zich heeft genomen. Volgens de Recording Industry Association of America (RIAA) zou Plank op grote schaal Latin-muziek beschikbaar stellen via Kazaa. Maar Plank spreekt geen Spaans, houdt niet van Latin-muziek en had het muziekuitwisselprogramma Kazaa helemaal niet op zijn pc geïnstalleerd op het moment dat het onderzoek plaatsvond, aldus de EFF. Volgens de EFF, die zich fel verzet tegen de jacht die de RIAA heeft geopend op Kazaa-gebruikers, toont de zaak maar weer eens aan dat de RIAA slordig en zonder respect voor de privacy te werk gaat bij het aanpakken van het illegaal aanbieden van muziek via internet. "Het mag niet gebeuren dat mensen als meneer Plank als een soort bijvangst in het sleepnet van de RIAA terecht komen", stelt Wendy Seltzer van de EFF in een verklaring. "Het beleid van de muziekindustrie van 'eerst een rechtszaak aanspannen en dan pas vragen stellen' leidt tot dit soort problemen." "De RIAA heeft het Congres onlangs beloofd om eerst contact op te nemen met individuen in plaats van meteen een rechtszaak aan te spannen. Het is beter als de RIAA eerst een rechter zou moeten overtuigen dat het zijn zaakjes op orde heeft, zodat de privacy van mensen als Ross Plank niet meer geschonden kan worden", aldus Seltzer.