Van de oude zijn er zes miljoen verkocht in vier jaar tijd. Hij zorgde voor Een revolutie. De oude iMac rekende af met het grauwe, zeg maar voormalig Oostblok-imago van de consumentencomputer en zette een nieuwe standaard In design. De nieuwe iMac gaat nog een stap verder: hij ziet er niet eens Uit als een computer, eerder als een schemerlamp met een platte kap. Het Publiek in San Francisco klapte en joelde wel, maar minder hard dan gebruikelijk. Het had even nodig om zich een mening te vormen. Ik ben er inmiddels uit: ik heb mijn laatste PC gekocht.

Ik wil die nieuwe iMac met die geile ronde speakers erbij. Ik wil een iBook (met 14-inch scherm) ernaast hebben liggen voor als ik op pad ga. Ik wil een iPod waar al mijn MP3s op staan. Ik wil het allemaal. Ik kan de aantrekkingskracht niet langer weerstaan. Ik ben om.

Ik heb vroeger een Mac gebruikt. Ik maakte de switch naar PCs omdat die goedkoper waren. Macintosh liep bovendien op internet- en gamesgebied achter op de PC. Dat is nu verleden tijd, op de games na maar die speel ik toch nauwelijks meer. Belangrijker is dat het afwegen van functionaliteit van secundair belang is geworden. Tuurlijk, MacOS X is een mooi, volwassen besturingssysteem. Programma's als iMovie en iPhoto blinken uit in gebruiksvriendelijkheid. Het gemak om vanuit het systeemmenu een cd te kunnen branden. Van de verpakkingsdozen kun je zelfs een mooie bank maken.

Maar het zijn vooral de esthetiek en de filosofie van Apple die voor mij de doorslag geven. Apple heeft keuzes gemaakt en draagt die uit met volle overtuiging. Apple staat ergens voor. Voor eenvoud en gemak, voor kwaliteit en duurzaamheid, voor warmte en karakter. Als ik die nieuwe iMac zie, het scherm zwenkend zoals het lampje van Pixar, dan zie ik mensen voor me gebogen over een tekentafel, mensen zittend op een stoel die het apparaat samenstellen. Als ik een PC zie, dan zie ik alleen een lopende band. Apple heeft persoonlijkheid.

Macintosh versus PC is lange tijd een soort jihad geweest. Umberto Eco ging in 1994 zover de strijd tussen Macintosh en PC te kenschetsen als de religieuze oorlog van de moderne wereld. Macintosh is daarbij volgens hem katholiek en de PC protestant. Macintosh staat voor vrolijk, vriendelijk, verzoeningsgezind en vertelt de gebruiker hoe hij stap voor stap de hemel bereikt (lees: het moment bereikt waarop zijn document is geprint). De essentie van de openbaring wordt overgebracht middels simpele formules en weelderige iconen. De PC daarentegen staat voor een vrije interpretatie van de geschriften en vereist moeilijke persoonlijke beslissingen en gaat ervan uit dat niet iedereen gered kan worden. Om het systeem te laten werken moet je het zelf interpreteren. De gebruiker is ingesloten in de eenzaamheid van zijn innerlijk lijden.

Eco ging in die tijd nog uit van MS-Dos. De eerste Windows-versies noemde hij de Angelsaksische afscheiding van het protestantisme: weliswaar grote ceremonies in de kathedraal maar er is altijd de mogelijkheid om vanuit Windows terug te keren naar MS-Dos en veranderingen te maken aan de hand van vreemde beslissingen. Via die achterdeur kunnen in de Angelsaksische kerk zelfs vrouwen en homoseksuelen priester worden. Eco's analogie is echter niet meer van deze tijd.

De jihad bestaat nog wel maar volgens mij louter vanuit nostalgie. Nostalgie naar een modernistische tijd waarin de wereld viel op te delen in twee kampen omdat dat de dingen eenvoudiger maakt. Macintosh versus PC. Ajax versus Feyenoord. Pepsi versus Coca-Cola. The Rolling Stones versus The Beatles. Oost versus West. Met het vallen van de Berlijnse muur ligt die wereld echter voorgoed achter ons. Het leven is niet zwart en wit, het is grijs. Het is een postmoderne soep met gemixte groenten. Met als gevolg dat kleur en smaak verloren gaan. Het zijn paradoxale tijden waarin individualiteit en heterogeniteit hand in hand gaan met uniformiteit en mondialisering. En om daarbinnen iets radicaals te doen zonder de spelregels te breken, dan moet je van goede huize komen. Apple is daarin geslaagd.

Toegegeven, ik draaf door. Misschien is Steve Jobs slechts een marketinggenie die mensen weet te enthousiasmeren voor zijn producten zonder dat ze het idee hebben dat ze zich overgeven aan ongebreideld consumentisme. Want heb ik die nieuwe iMac echt nodig? Nee, de PC die ik een half jaar geleden heb gekocht werkt prima en gaat nog wel even mee. Tegelijkertijd hoor ik in mijn achterhoofd dat stemmetje zeggen 'die wil ik!'. Ik kan eigenlijk maar een ding concluderen: ik ben gek op Mac.