Volgens de schikking die het ministerie van Justitie en negen Amerikaanse staten met Microsoft zijn overeengekomen, moet de softwaregigant zijn concurrenten technische informatie verschaffen over de werking van Windows. Die informatie moet de concurrentie in staat stellen om hun programma's goed met het besturingssysteem te laten samenwerken. Over de manier waarop dat moet gebeuren en wat 'samenwerken' precies inhoudt, blijft de schikking vaag. Dat moest ook Stuart Madnick, hoogleraar informatietechnologie aan het prestigieuze Massachusetts Institute of Technology ( MIT) en getuige namens Microsoft, toegeven. Het was niet de enige voor Microsoft negatieve bekentenis die Madnick deed. Na enkele vragen van de advocaat van de negen doorprocederende Amerikaanse staten, kon Madnick ook niet ontkennen dat de voorgestelde schikking tussen de overheid en Microsoft wel erg oppervlakkig was gehouden.

Kaartenhuis

Madnick betoogde tijdens de rechtszaak dat Microsoft niet aan de voorstellen van de negen doorprocederende staten kan voldoen om Windows los te koppelen van alle meegeleverde toeters en bellen, zoals de mediaspeler en de Internet Explorer. Volgens Madnick is het weghalen van de Internet Explorer zelfs 'technisch onmogelijk'. Hij vergeleek Windows met een kaartenhuis, dat kan instorten als de browser wordt verwijderd. De code van de Internet Explorer zou van groot belang zijn voor de werking van het besturingssysteem als geheel. De vraag van de advocaat van de negen staten of hij een ander bedrijf kende dat ook een internetbrowser onderdeel had gemaakt van het besturingssysteem, beantwoordde Madnick aanvankelijk met 'ja'. Na enig aandringen moest hij toegeven dat dat toch niet het geval was.