Google kijkt met argusogen naar een lopende rechtszaak tussen Intel en de Amerikaanse belastingidienst IRS. De zaak draait om de vergoedingen die dochtermaatschappijen aan het Amerikaanse hoofdkwartier zouden moeten betalen vanwege het gebruik van personeel, diensten en merken van de hoofdvestiging van het Amerikaanse bedrijf. De IRS vindt dat buitenlandse vestigingen dat moeten doen, Intel vindt van niet.

Een lagere rechtbank heeft Intel al gelijk gegeven, maar de IRS heeft inmiddels beroep aangetekend. De zaak wordt door alle Amerikaanse technologiebedrijven met argusiogen bekeken, want het gaat om groot geld. Zo kan Alphabet, de moedermaatschappij van Google, bij een voor hen goede uitspraak 3,5 miljard dollar terugvragen. Dat meldt de Wall Street Journal.

Slim schuiven met geld en kosten

Kosten die hoofdvestigingen maken moeten volgens de belastingdienst naar ratio worden verdeeld onder alle vestigingen over de hele wereld. Maar omdat techbedrijven dat niet doen worden de totale kosten afgetrokken van de inkomsten van dat hoofdkantoor en hoeft er minder belasting te worden betaald in de Verenigde Staten.

De winsten worden wereldwijd zo veel mogelijk gedumpt bij (postbus)vestigingen in landen waar een laag belastingtarief geldt. Daardoor besparen techbedrijven over de hele wereld op hun belastingen. Alleen van Alphabet is duidelijk om hoe veel geld het gaat, omdat het bedrijf dat heeft vermeld in een schrijven aan de beurswaakhond. Andere bedrijven willen pas kwantificeren als Intel ook het hoger beroep wint.