De senior manager of production network engineering and architecture bij Google hekelt opvallend genoeg juist de flexibele mogelijkheid van cloud computing om extra capaciteit in en uit te schakelen. Het gaat daarbij niet om cloud computing in het algemeen, maar specifiek om de wijze waarop cloud computing wordt ingezet door Amazon.com.

De clouddienst EC2 van die online-boekverkoper en cloudpionier laat gebruikers per direct een aantal servers bijschakelen via internet wanneer er plotseling behoefte is aan meer capaciteit. Volgens Gill lijkt een dergelijke service economisch heel aantrekkelijk, maar is dat niet per definitie zo. Hij stelt dat het juist veel goedkoper kan zijn om zelf servers aan te schaffen en te beheren. 'Voorwaarde' daarvoor is dat er sprake is van constante piekbelasting.

Lange autorit

Gill trekt een vergelijking met een lange rit in een auto, zoals hij omschrijft op zijn persoonlijke blog. “Wie een dergelijke lange rit slechts eenmaal per kwartaal hoeft te maken, is waarschijnlijk beter af met een taxi. Maar als het een ritje is dat dagelijks gereden moet worden, dan is het waarschijnlijk veel voordeliger om een auto te kopen”.

Het verschil zit volgens de Google-topman in de 'duty cycle'. “Wanneer men een infrastructuur heeft met een duty cycle van 100 procent, dan is het wellicht veel logischer om alles in eigen beheer te houden”.

Bijna 50.000 euro verschil

Uiteraard laat Gill het niet slechts bij beweringen. Hij staaft zijn opmerkingen met een berekening waarin hij de kosten van Amazons AWS vergelijkt met co-locatie hosting, in een situatie met een 'duty cycle' van 100 procent. Volgens het rekenmodel kost het beheren van AWS net zoveel tijd en inspanning als het beheren van eigen hardware.

Vertaald in euro’s toont Gill een rekenmodel van een specifieke situatie waarbij de maandelijkse kosten voor Amazon bij een 'duty cycle' van 100 procent iets meer dan 118.000 euro bedragen. Dezelfde situatie zou volgens de berekening in een co-locatie model slechts iets meer dan 70.000 euro kosten.

Berekening niet waterdicht

Uiteraard neemt niet iedereen de omstreden uitspraak van Gill zomaar aan als waarheid. Zo geeft een lezer van Gill’s blog in een reactie aan dat de berekeningen zijn gebaseerd op de standaardprijzen voor instances van Amazon. Die verschillen nogal van de zogeheten 'gereserveerde prijzen'. Wie van tevoren weet hoeveel instances er nodig zijn, kan die vooraf reserveren tegen een lagere prijs.

Wie verwacht op 100 procent te gaan draaien, zal dergelijke instances logischerwijs reserveren. De standaardprijzen zijn alleen bedoeld voor wie onverwacht en onmiddellijk meer capaciteit nodig heeft. Niet voor niets staat EC2 voor Elastic Compute Cloud, oftewel een rekbare service die schaalt naar de behoeften van de klant.

Dat is dan ook waar Gill volgens een aantal reacties op zijn blog de plank misslaat. Hij erkent met zijn rekenmodel niet de waarde van de elasticiteit die Amazon biedt. “Het elastische onderdeel is een zeer aantrekkelijk onderdeel van de EC2 (of welk ander cloud systeem dan ook). De mogelijkheid om afzonderlijke machines bij te kunnen schakelen of weg te kunnen halen, is een gigantische financiële last die wordt weggenomen”, luidt de kritiek op de berekening van de Google-topman.

Alleen onzinnig voor zwaar gebruik

Gill beweert dan ook niet dat de Amazon cloud onzinnig en duur is in iedere situatie, maar slechts dat het niet per definitie de goedkoopste oplossing is. Zeker niet wanneer er voortdurend op de volle 100 procent wordt gedraaid. En in zekere zin onderstreept zijn model juist de kracht van EC2 en de elasticiteit ervan. Immers, hoeveel datacenters bestaan er die daadwerkelijk een voortdurende belasting van 100 procent hebben?

Zodra dat percentage daalt, wordt EC2 in vergelijking met de minuut goedkoper. Of zoals in een reactie op Gill’s blog valt te lezen: “Ik kan me vinden in het feit dat voor grote architecturen met een stabiele belasting een zelf beheerd datacentrum het meest logisch is. Maar in dergelijke berekeningen gaat het altijd om de details."