De digitale revolutie van de laatste twee decennia zorgt tevens voor een evolutie van de menselijke hersenen. Een onderzoek van de universiteiten van Columbia en Harvard naar de manier waarop de menselijke hersenen omgaan met feitenkennis en informatieopslag, heeft aangetoond dat alle informatie waarvan we denken dat we het makkelijk kunnen vinden, niet meer wordt opgeslagen in het geheugen.

Dat geldt zowel voor informatie die we makkelijk op het internet kunnen vinden, als data die is opgeslagen op de computer. Als we weten dat de informatie er is, nemen we het niet meer op in het eigen geheugen. Informatie waarvan de hersenen vermoeden dat die moeilijker is te vinden, wordt wel in het geheugen verwerkt.

Cognitieve consequenties

Het onderzoek heet Google Effects on Memory: Cognitive Consequences of Having Information at Our Fingertips en de resultaten ervan zijn deze week gepubliceerd. De onderzoekers hebben een aantal studenten van de twee universiteiten onderworpen aan een hele batterij geheugentesten.

Bij een van die testen werden de studenten in twee groepen verdeeld. Beide groepen moesten van papier zinnetjes op de computer intypen als 'Groenland is het grootse eiland ter wereld', waarbij de ene groep werd verteld dat de zinnen werden opgeslagen op de harde schijf. De andere groep werd verteld dat de tekst die ze intypten direct zouden worden gewist. De laatste groep onthield de informatie die ze hadden ingetypt beter.

Locatie belangrijker dan data

Een ander experiment was om na te gaan of mensen de voorkeur gaven aan het onthouden van de locatie waar data kon worden gevonden in plaats van het onthouden van de informatie zelf. De 32 deelnemers werden geconfronteerd met een aantal stellingen, waarbij ze tevens de namen van de mappen op de harde schijf kregen waar die stelling is te vinden. Vervolgens werd hen gevraagd zoveel mogelijk van de genoemde stellingen te herhalen plus de map waarin de stelling was opgeslagen. De deelnemers wisten meer mappen te noemen dan stellingen.

De onderzoekers waarschuwen het publiek hieraan geen panische conclusies te verbinden. Het vertrouwen op informatie die ergens is te vinden in plaats van te onthouden, is van alle tijden. De algemene beschikbaarheid van het schrift betekende minder mondelinge overlevering van verhalen tussen generaties. Ook vertrouwen mensen al duizenden jaren op elkaar als vraagbaak.

Beter conceptueel denken

De Google-generatie heeft zelfs een voordeel ten opzichte van eerdere generaties, denkt onderzoeksleider Betty Sparrow. Bevrijd van de noodzaak specifieke details te kunnen herinneren, blijken mensen beter in staat het grotere plaatje te zien van nieuwe informatie, vermoedt zij. Daar zal een nieuw onderzoek naar worden gedaan. “Zullen mensen die zich niet hoeven te concentreren op het wie, wat en waar beter in staat zijn antwoorden te geven op conceptuele vragen?"