In de labs van Google is tot nu toe 'slechts' een snelheidsverhoging van 55 procent behaald, bloggen ontwikkelaars Mike Belshe en Roberto Peon van Google. Hun blogpost gaat qua titel alvast uit van een verdubbeling, wat wel het doel is. Zij hebben daarvoor het aloude http (hypertext transfer protocol) doorgelicht. De huidige standaard stamt nog uit 1996, maar de oorsprong ligt in 1991.

Moderne features

De ontwikkelaars van Googles browserteam bouwen met het nieuwe protocol SPDY voort op http. SPDY, uitgesproken als 'speedy', voegt er speciale functies aan toe voor het verlagen van de latency (reactiesnelheid van netwerkverbindingen). Dit omvat het opdelen (multiplexing) van datastreams, het toekennen van prioriteiten aan bepaalde dataverzoeken, en het comprimeren van http-headers.

Speedy is een sessie-protocol, het komt dus niet in plaats van http. Gebruikers hoeven dus niet straks ineens spdy:// in hun browser in te typen.

SPDY verkeert nog in experimentele staat. De Google-ontwikkelaars hebben een eigen webserver gemaakt en de eigen webbrowser Chrome intern al voorzien van ondersteuning voor het http-versnellingsprotocol. Bij tests in de eigen labomgeving bleken webpagina's tot 55 procent sneller te laden. Daarbij zijn de 25 wereldwijd meest bezochte websites gesimuleerd over eveneens gesimuleerde gemiddelde consumentenverbindingen. Details over de labopstelling worden gegeven in een white paper over de webversneller.

Hulp gevraagd

Ondanks de alpha-status van SPDY achten de ontwikkelaars de resultaten al goed genoeg om het project te onthullen en te openbaren. Zij stellen de code en bijbehorende documentatie open, en vragen om feedback.