Een aantal machtige Amerikaanse internetproviders krijgt geld van Google, Microsoft en Facebook zodat die bedrijven eigen servers kunnen neerzetten in het netwerk van die telecombedrijven. Dat onthult de Amerikaanse zakenkrant Wall Street Journal. Het nieuws is pikant omdat het op gespannen voet staat met netneutraliteit. Bovendien zet het de relaties tussen verschillende partijen op internet op scherp.

Providers als uitsmijters

Veel webbedrijven en contentaanbieders maken gebruik van een zogeheten content delivery network (CDN). Daarbij worden servers zo dicht mogelijk bij eindgebruikers geplaatst, het liefst in het netwerk van access providers. Akamai en Cloudflare zijn bekende voorbeelden, maar de grote jongens hebben elk een eigen CDN.

Dit ontlast de backbone-verbindingen en dat scheelt veel transitkosten. Een bijkomend voordeel voor het webbedrijf (en de eindgebruiker) is dat zo'n CDN-opstelling de daarlangs aangeboden diensten veel sneller maakt. De data staat immers decentraal en dus dichter bij de abonnee in het netwerk.

Daarnaast deze twee soorten partijen, het 'beginpunt' (de contentaanbieder) en het 'eindpunt' (de access provider) zitten er nog tussenpartijen: de zogeheten carriers. Tussen de verschillende providers en deze carriers zijn er ook weer peering-overeenkomsten.

De Amerikaanse access providers Verizon, Comcast en Time Warner Cable zagen aan de poten van dit systeem. Zij eisen nu namelijk ook geld voor het plaatsen van CDN-infra in hun netwerken. Google, Facebook en Microsoft zijn hiervoor gezwicht, het geeft ze immers ook een concurrentievoordeel. De isp's zouden hieraan tientallen miljoenen dollars verdienen.

Dergelijke exclusieve en geheime deals kunnen de concurrentie en innovatie remmen, omdat kleinere webpartijen en startups geen onderhandelingspositie hebben ten opzichte van de grote isp's. Toezichthouder FCC maakt zich hier zorgen over.

Netflix: alleen open peering

Een andere belangrijke over-the-top contentpartij, Netflix, doet hier dan ook niet aan mee en weigert te betalen. De videostreamingsite houdt er een principieel open peeringbeleid op na, maar de isp’s vinden dat “een voorkeursbehandeling”. Het gevolg is dat al het Netflix-verkeer via een carrier moet komen.

Op zich geen probleem, ware het niet dat sommige isp’s, zoals Verizon, deze kans aangrijpen om het peeringcontract met carriers open te breken door te weigeren meer poorten te openen. Dat alles over de rug van de betalende klant (de eindgebruiker). Het gevolg van deze schermutselingen op de achtergrond is eerder deze week evident geworden: bij klanten van Verizon kwam Netflix alleen nog stotterend door.

Dubbelbetaalde tolweg

Deze kwestie is niet alleen een Amerikaanse probleem, het speelt ook in Europa. Veel Europese telecombedrijven klagen al jaren dat webbedrijven moeten meebetalen aan doorgifte van datastromen aan klanten.

Vorig jaar pleitte een lobbyclub van Europese telco’s, ETNO voor het toestaan van een soort internettolweg. ETNO stelt feitelijk voor om het internet formeel te scheiden in A-wegen en B-wegen. B-wegen zijn het bestaande internet, gebaseerd op 'best effort' datadoorgifte. Daarnaast willen de telco's graag een eigen netwerk van snelwegen aanleggen, waar datadoorgifte wordt gegarandeerd.

De telco's willen aan beide zijden van deze pijplijn tol heffen. Aan de ene kant betalen de abonnees voor toegang. Aan de andere kant betalen ook de websites, contentleveranciers en andere over-the-top partijen, voor 'end to end Quality of Service' datadoorgifte. Dit plan is na veel ophef vooralsnog in de koelkast verdwenen.