Technologiebedrijven in de Verenigde Staten, vooral gevestigd in Silicon Valley (Californië), voeren een lobby tegen een voorgestelde privacywet in Californië. In dat verzet zijn zij gesteund door banken en andere industriegiganten, meldt Silicon Valley-krant Mercury News. Het wetsvoorstel, de Right to Know Act (AB1291), moet consumenten in die Amerikaanse staat het recht geven om te weten hoe hun persoonlijke gegevens worden gebruikt door bedrijven.

De kosten van transparantie

De lobbyende firma's vrezen dat als deze wet wordt aangenomen, het gevolg is dat zij worden overspoeld door dataverzoeken. In Europa hebben consumenten al het recht om 'hun data' op te vragen, maar dat is iets anders dan concrete informatie over hoe die informatie wordt benut. Bovendien blijkt er in de praktijk, zoals nu in Duitsland, ook een en ander te schorten aan de communicatiebereidheid van techbedrijven als Google.

Daarnaast vrezen zij kostbare rechtszaken. In een recente protestbrief, ondertekend door vijftien bedrijven en handelsgroepen, wordt het terugtrekken van dit voorstel geëist. Onder de ondertekenaars bevindt zich ook handelsgroep TechAmerica die onder meer Google, Microsoft en Facebook vertegenwoordigt. Als gevolg van de lobby is een geplande hoorzitting over het wetsvoorstel opgeschort naar volgende maand.

'Consument heeft geen idee'

Amerikaanse privacyvoorstanders hebben zich al uitgesproken tegen het verzet van de techbedrijven. Die zouden overdrijven om hun lucratieve gebruik van massaal vergaarde persoonlijke gegevens buiten de publieke aandacht te houden. De American Civil Liberties Union stelt dat bedrijven gegevens over consumenten verzamelen, combineren, analyseren en weer doorverkopen. De consument zou in de regel geen goed besef hebben van dat informatiegebruik.