DNS (Domain Name System) is het systeem dat internetadressen vertaalt naar IP-adressen waarmee netwerkapparatuur mee uit de voeten kan. Wie naar een adres surft, dient een aanvraag in bij de DNS resolver die (meestal) onder is gebracht bij de ISP. Die stuurt het door naar een nameserver die de aanvraag verder laat afhandelen. Hoe kleiner de afstand tussen server en client, des te sneller de aanvragen worden afgehandeld. DNS is in feite het schakelbord van het internet.

Locatie

Nu is het nog zo dat de nameserver alleen kijkt naar de locatie van de resolver. Hoewel deze opzet er meestal voor zorgt dat een aanvraag wordt behandeld door de fysiek dichtstbijzijnde server, is dat volgens Google-technici Wilmer van der Gaast en Carlo Contavalli niet altijd het geval. Dat komt omdat de nameserver geen rekening houdt met de fysieke locatie van de client, en resolvers in sommige gevallen veel gebruikers bedienen over een groot gebied. Dat kan in sommige gevallen een kwestie van landsgrenzen zijn, zo schrijven de twee.

Draft

Het voorstel van Google en NeuStar, een Amerikaanse dienstverlener van telecom- en DNS-infrastrcturen, houdt in dat een deel van het IP-adres van de gebruiker wordt meegestuurd met een DNS-aanvraag. Met die gegevens kan de nameserver meer rekening houden bij de keuze naar welke server deze het best doorgestuurd kan worden. De gedachte is dat hoe dichter die server bij de gebruiker staat, des te efficiënter en dus sneller het browsen gaat.

Privacy

Bij het geheel kunnen vraagtekens worden gezet rond de privacy van de gebruiker, maar om die zorgen weg te nemen gaat het volgens Van der Gaast en Contavalli om “slechts de eerste drie octets, of eerste 24 bits” van het IP-adres, wat voldoende informatie moet verschaffen over de locatie zonder dat de aanvraag direct naar de gebruiker te traceren valt.

Het voorstel, dat de komende maanden door de IETF zal worden behandeld, is nauw verweven met het Speed-project van Google. Dat is een technisch offensief van de zoekgigant om het browsen op alle fronten te versnellen. Ook is Google vorige maand gestart met een eigen publieke DNS-dienst, die later weliswaar snel maar onbetrouwbaar bleek.