Aanleiding dit keer is de beschuldiging dat Microsoft in mei 1995 heeft geprobeerd om tot onderhandse afspraken te komen over een verdeling van de browsermarkt. Netscape zou in de ogen van Microsoft alleen nog een browser moeten ontwikkelen voor de niet-Windows-besturingssystemen. In mei 1995 domineerde Netscape de markt voor bladerprogramma's volledig, terwijl de Internet Explorer alleen nog op de tekentafel bestond.

De beschuldigingen zijn geuit in een artikel in de Wall Street Journal, een doorgaans goed geïnformeerde Amerikaanse zakenkrant. In het artikel komt ook de mede-oprichter van Netscape, Marc Andreesen, aan het woord. Volgens hem heeft Microsoft Netscape impliciet bedreigd, als het bedrijf niet zou instemmen met samenwerking. Andreesen vergelijkt de bijeenkomst met Microsoft-vertegenwoordigers met een ontmoeting van mafia-leden."Ik verwachte de dag erna een bebloed beeldscherm aan het voeteneind van mijn bed te vinden", aldus Andreesen (zoals in 'The Godfather' van Mario Puzo een slachtoffer van de mafia het afgehakte hoofd van zijn meest dierbare renpaard in bed aantreft).

Netscape heeft wel eerder gewag gemaakt van 'besprekingen' in 1995 met Microsoft. De softwarereus zou bereid zijn om geld te steken in Netscape, maar dat aanbod werd afgewezen.

Woordvoerder Mark Murray van Microsoft wijst de beschuldigingen als klinkklare nonsens van de hand. Microsoft ontkent niet dat er een bespreking zijn geweest met Netscape, maar zegt dat zijn concurrent de aard van die bijeenkomst onjuist weergeeft. Het is juist Netscape geweest die om steun uit Redmond heeft gevraagd, aldus Murray.

"Misschien kan Marc (Andreesen – redactie) zijn titel beter veranderen van chief technology officer in chief mythology officier", aldus de zegsman van Microsoft.

Analisten vragen zich af waarom Andreesen zo lang heeft gewacht met het bekendmaken van de praktijken van Microsoft. Afspraken tussen bedrijven om een bepaalde markt onderling te verdelen zijn in strijd met de Amerikaanse kartel- en monopoliewetten. De tweede man van Netscape wilde na het artikel in de Wall Street Journal geen vragen meer van de pers beantwoorden.