Columnist Luuk Koelman moet volgende week voor de rechter verschijnen, omdat hij weigert een column over Gretta Duisenberg van zijn site verwijderen. "Donderdag lag de dagvaarding op de deurmat", aldus Koelman. Behalve verwijdering van de column en een rectificatie op de site eist Duisenberg 30.000 euro vanwege de 'immateriële schade' die zij als gevolg van de column zou hebben geleden. "Dat is hetzelfde bedrag dat Karin Bloemen had geëist, omdat allerlei roddelbladen naaktfoto's van haar hadden afgedrukt", weet Koelman. Bloemen kreeg uiteindelijk 2.500 euro. Oscar Trojan, advocaat van Gretta Duisenberg, wil niets over de zaak zeggen. "Ik kan wel bevestigen dat er een dagvaarding is verstuurd, maar ik kan me verder niet over de zaak uitlaten. Daar heb ik geen toestemming voor van mevrouw Duisenberg. Zelf zoekt ze ook niet actief de pers."

Menselijk schild

Eerder was al duidelijk geworden dat volgens Trojan in de tekst van Koelman 'de grenzen van het onbetamelijke op grove wijze worden overschreden'. In de column beschrijft Koelman hoe Gretta Duisenberg als 'menselijk schild' eerst naast en vervolgens bovenop de Palestijnse leider Yasser Arafat ligt. "De stretcher piept vervaarlijk. Gretta's hoofd met de immense bos zwart haar is nu heel dichtbij. Yasser voelt haar ademhaling. Hij ruikt haar indringende parfum. Voor het eerst in zijn leven is hij bang. Die heks moet wat van hem, zoveel is zeker. Hij rilt bij de gedachte. Maar goed dat hij wijselijk al zijn kleren heeft aangehouden." Dagblad Metro, waarin de column werd gepubliceerd, schreef donderdag: "Het betreft een column waarin mevrouw Gretta Duisenberg op denigrerende en seksistische wijze wordt geportretteerd als een groupie van Yasser Arafat. Mevrouw Duisenberg ervaart de inhoud van deze column als grievend en een ontoelaatbare inbreuk op haar persoonlijke integriteit. De hoofdredactie van Metro betreurt dit." Koelman is optimistisch over de uitkomst van de zaak. "Ik geloof niet dat we in een land leven waar de rechter dit soort eisen toewijst." De rechtszaak dient op vrijdag 7 november in Breda.