Larry Roberts, in 1969 verantwoordelijk voor internet-voorganger ARPAnet en Len Bosack, mede-oprichter van Cisco Systems, waarschuwen voor de verouderde technologie achter internet.

"We kunnen niet meer vertrouwen op technologie van de vorige generatie, die in feite al 40 jaar oud is, als motor van de prestaties van internet", aldus de negenzestigjarige Roberts in een interview met de Wall Street Journal. Roberts starrte zijn bedrijf Anagran om internet te moderniseren. Daarvoor ontwierp hij de zogenaamde 'flow router', een router die herkent of internetverkeer een e-mail is, of een video, of een telefoongesprek, en die op basis daarvan de benodigde bandbreedte toekent.

Ook Bosack twijfelt aan de adequaatheid van de huidige technologie. "Het publiek verdient iets beters dan wat er nu is". Bosack ontwikkelt met zijn in 1991 opgerichte bedrijf XKL een systeem, het DMX optische transportsysteem, waarmee bedrijven op ondergrondse kabels kunnen worden aangesloten met een capaciteit die bijna 100 keer groter is dan de huidige datainfrastructuur.

Explosie

Zowel Bosack als Roberts vrezen dat de huidige technologie niet opgewassen is tegen de explosie van dataverkeer. Cisco berekende dat het maandelijke internetverkeer in de Verenigde Staten in 2011 met 264 procent zal groeien tot 7,8 miljoen terabytes, dat zijn 40 biljoen e-mails.

Roberts uit al jaren zijn zorgen en verklaart tegenover de Wall Street Journal dat hij zich al in zijn tijd bij ARPAnet afvroeg hoe lang de technologie stand zou houden, aangezien het systeem geen garantie bevatte dat de verzonden informatiepakketten op hun bestemming aankwamen. De zorgen van Roberts zijn aangewakkerd door de opkomst van diensten als voip en streaming video. "Het internet is niet gemaakt om mensen televisie op te laten kijken", aldus Roberts. "Dat weet ik, omdat ik het zelf ontworpen heb."