Minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin verklaarde zondag in het tv-programma Buitenhof (video) dat grooming, het online verleiden van kinderen tot een fysieke ontmoeting, harder kan worden aangepakt. Hiervoor ondertekent de minister eind oktober in het Spaanse Lanzarote het Verdrag voor de Bescherming van Kinderen tegen Seksuele Uitbuiting en Seksueel Misbruik. Webwereld vroeg de woordvoerder van de minister om een toelichting.

"De kern is dat het verdrag dat de minister eind oktober gaat tekenen enkele nieuwe strafbepalingen bevat", aldus woordvoerder Wiebe Alkema. "Eén van die bepalingen is dat 'grooming' afzonderlijk strafbaar wordt gesteld. Dat gaan wij overnemen in de Nederlandse wetgeving. Dat betekent dus dat we meer mogelijkheden krijgen om op te treden op internet tegen daders die zich voordoen als kind met als oogpunt zo'n kind te verleiden."

Volgens Alkema kan er al opgetreden worden tegen bepaalde vormen van grooming, bijvoorbeeld als een minderjarige wordt aangezet tot seksuele handelingen voor een webcam. "Daar komt nu bij dat we kunnen optreden in die gevallen waarbij sprake is van chat- en e-mailberichten tussen dader en minderjarige, en waarbij uit die berichten valt af te leiden dat de dader probeert het kind te verleiden tot een afspraak", aldus Alkema.

Handeling

Daarnaast is echter ook vereist dat de dader een handeling verricht om die afspraak na te komen. "Het is vereist dat het voorstel voor een ontmoeting ook nog eens gevolgd wordt door een concreet waarneembare handeling of gedragsuiting van de dader. Er is voor strafbaarheid dus net iets meer nodig dan uitsluitend het chatten."

"Dan kun je bijvoorbeeld denken aan een dader die zich begeeft naar de plek van de afspraak of die andere voorbereidingen treft, zoals bijvoorbeeld het kopen van kaartjes voor een pretpark," licht Alkema toe.

"Politie en justitie kunnen nu door deze strafbaarstelling meer doen en een dader eerder vervolgen", vat Alkema samen. "Het gaat dus om een situatie waarin nog geen fysiek contact heeft plaatsgevonden en dat is nieuw." Bovendien gaat er volgens de woordvoerder een 'sterke signaalwerking' uit van de aangescherpte wetgeving. Pedofielen zouden zich door de strengere regels minden snel schuldig maken aan grooming.

Ten slotte verwacht Alkema door het internationale verdrag dat ondertekend wordt door de Raad van Europa, dat de samenwerking tussen Europese landen op dit gebied verbetert. "Je kunt verwachten dat er internationaal veel meer uitwisseling zal komen van gegevens over dit soort ontwikkelingen, want het verdrag is juist ook een antwoord op het relatief snel groeiende fenomeen grooming."

Een goede zaak

Directeur Bamber Delver van Stichting De Kinderconsument is blij met de maatregel. "Ik juich het ten zeerste toe en ik zie politieagenten nu vaak nog ontzettend in de knoop raken om dit rond te krijgen, dus als dat verandert vind ik dat een hele goede stap vooruit.

"De volgende stap is echter dat het ook aan kinderen verteld wordt dat het strafbaar is dat een volwassene online met hen wil afspreken, want ook dat weten kinderen niet", aldus Delver.

Bovendien moet volgens Delver de drempel verlaagd worden voor kinderen om aangifte te doen. "Hoewel het al vaak blijkt voor te komen dat kinderen met een print van een chatgesprek het politiebureau binnenlopen om aangifte te doen, moet de drempel nog veel verder verlaagd worden."

Voorlichting

Ten slotte is volgens de directeur van de Kinderconsument, voorlichting van cruciaal belang. "Het is voor kinderen ontzettend moeilijk om te herkennen dat zij verleid worden door iemand die zich voordoet als kind en het is ook erg raar dat wij dat van kinderen verwachten", aldus Delver. "We moeten kinderen, ouders en leerkrachten de tools bieden om 'grooming' te herkennen. We moeten kinderen leren minder naïef te zijn op het gebied van contactpersonenen in een chat of game."

Zowel het Landelijk Parket als het Parket-Generaal, het hoofdkantoor van het Openbaar Ministerie, bleken niet bereid of in staat te reageren op de nieuwe regelgeving. Het Meldpunt Cybercrime verklaarde 'zich bezig te houden met de uitvoering' en derhalve niet op beleidskwesties te kunnen reageren.