Dat leidt tot het volgende gedachte-experiment: hoeveel stappen zou het kosten voordat iemand theoretisch kan achterhalen, op basis van reeds vastgelegde informatie, of de buurman van een hem of haar onbekende internetter al dan niet een hond heeft? Als voorbeeld nemen we iemand die als 'Anonymous Coward' een posting doet op de populaire website Slashdot. De bovengrens voor informatie is natuurlijk de standaard 'six degrees' die tussen jou en die buurman zelf zitten - dan kan je het hem zelf vragen. Maar hoeveel korter kan het wanneer we het over informatie hebben?

Ik weet het niet zeker, maar mijn gevoel zegt me dat die paden gemiddeld beduidend korter zullen zijn dan zes stappen. Toeval speelt natuurlijk een grote rol, maar het kan allemaal erg meezitten. Als Anonymous Coward een redelijk stabiel ip-adres heeft (bijvoorbeeld adsl of kabel) en de betreffende persoon verder geen maatregelen neemt. Een moderator of systeembeheerder van Slashdot zou dan met een beetje moeite zijn IP-adres kunnen achterhalen en in een volgende stap in één keer een koppeling kunnen maken tussen woonadres en IP-nummer waarmee de posting gedaan is. Er zijn tegenwoordig kant en klare databases, zoals het in Nederland door de overheid verplicht gestelde Centraal Informatiepunt Opsporing Telecom (CIOT), waar dat allemaal makkelijk te doen is. Daardoor hebben alle Nederlandse opsporingsambtenaren vanaf hun computer toegang tot de abonneegegevens van de providers, zoals adresgegevens, e-mail- en ip-adressen. Vorig jaar vroegen 43 opsporingsdiensten in totaal 1,5 miljoen gegevens op bij het CIOT. Dat is veel.

We hebben dan een adres, en dus met simpel optellen en aftrekken ook het adres van de buurman (bij hoekwoningen even checken via Google Earth, natuurlijk). Vanaf dat adres kun je op heel veel verschillende manieren in een of twee stappen bij de gezochte gegevens komen. Het makkelijkst is via de overheid: de gemeente weet of op een bepaald adres hondenbelasting betaald wordt. Een mooie variant is via de bedrijfsadministratie van de dichtsbijzijnde dierenarts in de betreffende regio: ook honden moeten af en toe onder behandeling en de rekening wordt via de post naar het baasje gestuurd. Geld-terug-acties van hondenbrokken leveren bij de leveranciers ook databases op, waar Buurman in kan staan. Een andere stap is via eventuele Airmiles-pas of andere 'customer loyalty'-schema's die zowel adres als regelmatige aankopen van hondenbrokken opleveren. Of via (leuk indirect) de locatiegegevens van GSM-telefoons: het typische rondje rondom het blok op de stereotype hondenbezitterstijden. De kortste weg is natuurlijk het adres invoeren in Google Streetmaps (nog niet wereldwijd, maar dat komt nog). Met een beetje geluk scrollen we zo door voor een kijkje binnen in het huis van Buurman waar de hond voor het raam aan het blaffen is tegen de fotowagen van Google. Er zullen zo genoeg honden te vinden zijn.

Kunnen we ook zonder staatsbemoeienissen als CIOT aan een adres komen?

Natuurlijk. Het Gmail-account van Anonymous Coward bevat waarschijnlijk een aantal keer diens eigen adres, bijvoorbeeld bevestigingen van bestellingen van internetwinkels of verjaardagsuitnodigingen aan de vriendenkring compleet met routebeschrijvingen. Binnen Google/Doubleclick (Google History) kunnen we natuurlijk ook in de webgeschiedenis kijken welke sites de bezitter van dat ip-adres zoal bezoekt. Als daar toevallig een webwinkel als Amazon bij zit, of een andere site waar iemand iets koopt of verkoopt, dan hebben we met één extra stap een adres en telefoonnummer. We kunnen natuurlijk ook even spitten naar een posting op het blog van Anonymous Coward onder zijn eigen naam (die komen we vast ergens tegen bij Google), waar tussen de berichtjes van vrienden en familie ineens staat: 'Leuke site! Groetjes van je buurman Jan', met een link naar diens eigen profiel (en een foto van zijn kinderen met de hond). Oneindig veel mogelijkheden zijn natuurlijk ook te vinden bij fotocommunities als Flickr, en sites als Hyves en Facebook, waar mensen niet alleen veel van zichzelf prijsgeven, maar ook van anderen.

Even opsommend ben je er meestal in drie tot vier stappen. Dat is dus een stuk minder dan de oude zes stappen van de 'small world'-theorie, en een teken dat informatiehygiëne steeds belangrijker wordt. Mocht je dit allemaal vergezocht vinden: vorig jaar wist een 16-jarige Amerikaanse jongen via een publiek toegankelijke dna-databases en genealogiesites zijn vader te traceren - een knap staaltje als je weet dat het een anonieme spermadonor betrof. Daar is een hond van de buurman van een onbekende internetter vinden niks bij.