Providers die niet voldoende transparant zijn over internetsnelheden maken zich schuldig aan een oneerlijke handelspraktijk waar de Consumentenautoriteit en de Reclame Code Commissie tegen kunnen optreden. Dat schrijft staatssecretaris Heemskerk in antwoord (pdf) op Kamervragen van SP-Kamerlid Arda Gerkens over de recente ophef over tegenvallende internetsnelheden.

"Providers hebben echt een probleem als ze onvoldoende duidelijk zijn over de snelheden die ze leveren. Dan kan bijvoorbeeld sprake zijn van misleiding waartegen de Consumentenautoriteit kan optreden," aldus Heemskerk.

Geen minimumgarantie snelheid

Heemskerk vindt niet dat er een bij wet gegarandeerde minimumpercentage van bijvoorbeeld 70 procent van de geadverteerde snelheden moet komen, zoals de SP eist. Er is genoeg keus om over te stappen als de dienst niet bevalt, schrijft de staatssecretaris. Bovendien zijn er ook veel factoren (afstand wijkcentrale, draadloos) waar de internetprovider geen invloed over heeft. Andere Europese landen kennen wel een minimumgarantie.

Economische Zaken juicht snelheidsonderzoeken zoals die van Telecompaper en de Consumentenbond toe. De uitkomsten van dergelijke onderzoeken maken voor de consument de kwaliteit van de geleverde diensten door providers inzichtelijk, schrijft het ministerie.

Tót 20 Mbit/s

Het is de vraag of de providers door de waarschuwing hun geadverteerde snelheden gaan aanpassen. Providers adverteren immers met snelheid tot een bepaald aantal Mbit/s, en verwijzen in de kleine letters altijd naar factoren die de maximumsnelheid kunnen verlagen.

De Consumentenbond laat via een woordvoerder weten tevreden te zijn met de antwoorden van Heemskerk. "De staatssecretaris zegt dat providers glashelder moeten zijn in reclame-uitingen dat het gaat om maximumsnelheden. Dat onderschrijven wij. Wel zal het lastig worden om te bepalen wanneer er sprake is van misleiding, omdat dat een rekbaar begrip is."